Posts tonen met het label Honorius III. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Honorius III. Alle posts tonen

dinsdag 27 maart 2018

Het eind van de winter

Na hun bezoek aan de paus, staan de Friezen onder bescherming van de Heilige Vader. Nu hoeven zij op geen enkele wijze nog te vrezen voor malversaties of woekerpraktijken:

Bovendien gaf hij [de paus] ons aanbevelingsbrieven mee voor de inwoners van Corneto, Viterbo, Tuscania en Vetralla, waarin hij voorschreef, onder de bedreiging met de banvloek, dat ze ons in handelszaken en overeenkomsten en andere behoeften eerlijk zouden behandelen, hetgeen door allen zonder enige overtreding in acht is genomen.

De tijd verstrijkt zonder verdere noemenswaardigheden. Dan dient zich eindelijk de lente aan: 

Toen de winter dan voorbij was en het prille begin van de lente aanbrak. op de dag voor het feest van Sint Benedictus [20 maart], manoeuvreerden wij de schepen de haven uit naar open zee, nadat we van de Cornetanen afscheid hadden genomen in tegenwoordigheid van de podestà, de stadsraad en de volksvergadering.

Heel Corneto loopt uit voor het afscheid, met de stadsraad en de podestà voorop. De podestà is in 13e eeuwse Italiaanse steden een gekozen bestuurder, een soort burgemeester. Hij heeft doorgaans een ambtstermijn van een jaar en om jaloezie en cliëntelisme te voorkomen is hij vaak afkomstig uit een andere stad. 

Interessant is dat min of meer de zelfde functionaris in 1470 in Friesland opduikt. In het valse 'Karelsprivilege' waarop de Friezen hun recht op vrijheid baseren, is namelijk sprake van een gekozen legeraanvoerder die 'potestaat' genoemd wordt. De term en de functie zijn beslist niet Fries en er is wel gedacht dat de schrijver van het valse document zich heeft laten inspireren door het reisverhaal van onze anonieme pelgrim. Tegenwoordig wordt echter aangenomen dat Friese studenten de term aan het eind van de 13e eeuw mee teruggebracht hebben na hun studie aan Noord-Italiaanse universiteiten. <Link>

Maar goed. De schepen worden zeilklaar gemaakt. Ingeslagen voorraden worden aan boord gebracht. De boel wordt weer opgetuigd. De ra komt weer in de mast te hangen. Zeilen worden gehesen. Dan varen de schepen over het riviertje de Marta terug naar zee. Het heilige land lokt en spoedig zal de winter in Corneto nog slechts een herinnering zijn.

(De monding de Marta in het vroege voorjaar.)

donderdag 1 maart 2018

Oog in oog met Veronika

Terwijl de Friezen in Rome zijn, gaan ze bij de paus op audiëntie in het Lateraans paleis. Honorius III heeft daar een bijzondere verrassing voor de pelgrims.

Hij neigde de oren van Zijn Heiligheid zozeer naar onze verzoeken dat hij ons de Veronika des Heren binnen enkele dagen wel twéémaal liet zien. 

Al eerder vertelde ik over de zweetdoek van Veronika met daarop een afdruk van het ware gezicht van Christus. (Hier) Oog in oog staan met je heiland is een overdonderende ervaring. En dit gevoel wordt voor de Friezen nog eens versterkt door de setting waarin zij de reliek te zien krijgen. 

Ik stel mij voor dat de paus zijn gasten ontvangt in het Sancta Sanctorum; zijn privé-kapel in het Lateraans paleis. Om hier te komen, beklimmen de pelgrims eerst kruipend de Scala Sancta. Deze trap is volgens de overlevering afkomstig uit het paleis van Pontius Pilatus in Jeruzalem. Toen Jezus na zijn geseling voor de Romeinse prefect werd geleid, beklom hij deze zelfde trap! En op de treden zijn nog altijd zijn bloeddruppels te zien!

Eenmaal in het heilige der heiligen, valt de pelgrims de mond open. In de kleine kapel worden zij omringd door de meest heilige relieken die ze zich als kruisvaarders kunnen voorstellen: Moedermelk van Maria! Sandalen van Christus! De tafel van het Laatste Avondmaal! Het Heilige Kruis! De spons waarmee Christus te drinken kreeg! De lans waarmee Hij werd doorboord! Het hoofd van Petrus! En het hoofd van Paulus! De liefde, het lijden en de overwinning van Christus gaan op deze bijzondere plek hand in hand.

En dan komt de paus binnen met de Veronika. Hij laat de Friezen diep in het gezicht van hun Heiland kijken. Daarna houdt hij een vlammende preek over het navolgen van Christus en over wraak en vergelding. De stemming slaat om. Diepe ontroering en berouw maken plaats voor woede en haat. De geestdrift was door de lange maanden van rust en verveling in Corneto misschien en beetje bekoeld. Maar na deze bijzondere ervaring is het kruistocht-elan bij de pelgrims weer helemaal terug. 

Zingend en joelend verlaten de mannen het Lateraans paleis. Het doet er niet meer toe hoe lang de winter nog duurt. Zij gaan naar Jeruzalem! Zij gaan het Heilige graf bevrijden!

(De treden van de Scala Sancta zijn tegenwoordig betimmerd. Door kleine ruitjes zijn de bloeddruppels te zien.)

zondag 11 februari 2018

Naar Rome - langs martelaars en overwinnaars

Nu de Friezen in Corneto overwinteren, maken zij van de gelegenheid gebruik om Rome te bezoeken.

De heer Paus ontving hen vriendelijk, zeer verheugd over de dapperheid en moed van de Friezen met name bij de verwoesting van de Spaanse stad (Santa Maria de Faro).

De eerste weken van hun verblijf gebruiken de Friezen om uit te rusten en om hun schepen te herstellen. En later, met het voorjaar in aantocht, zullen de pelgrims druk geweest zijn met het reisklaar maken van de vloot. Maar in de tussenliggende maanden overheerst verveling en nietsdoen. Een uitstapje naar Rome, 90 kilometer verderop zal dan ook meer dan welkom geweest zijn.

De pelgrims zullen het rustig aan gedaan hebben. Na een dag of vier, vijf lopen, komen ze in de namiddag aan in de Eeuwige Stad. Een paar kilometer buiten de stad zijn ze (naar hun beste weten) langs de graftombe van keizer Nero gekomen. De Friezen zullen met een vreemde mengeling van afschuw en verlangen naar het monument hebben gekeken. Nero is natuurlijk een gehate christenvervolger. Maar tegelijk ligt het verlangen om als martelaar te mogen sterven diep verankerd in de harten van de mannen. 

Nu trekken ze over de Milvische brug; de plek waar keizer Constantein zijn rivaal versloeg en de overwinning toeschreef aan de god van de Christenen.. Voor de slag had de niet-christelijke keizer een visioen waarin hij een oplichtend kruis zag met de woorden: In hoc signo vinces (In dit teken zult gij overwinnen). Ongetwijfeld denken de pelgrims hieraan bij het oversteken van de brug. Zij dragen immers het zelfde teken.

Dicht langs de oostelijke oever van de Tiber, trekt de stoet door een woestenij van ruïnes en wildgroei. Het eens zo machtige Rome is in de 13e eeuw nog maar een schaduw van zichzelf. Binnen de stadsmuren van de klassieke stad heersen leegte en verval. Alleen de kerken en de villa's van adellijke families zijn hier nog eilandjes van beschaving.
 
Maar de Friezen blijven niet in de stad. Waar nu de Ponte Vittorio Emanuele II ligt, steken zij de Tiber opnieuw over. Op de andere oever (Trastevere) ligt namelijk het gastenverblijf voor Friese pelgrims in Rome; de schola Frisonum die tegenwoordig beter bekend is als de 'Friezenkerk'. 

Van hieruit zullen de pelgrims toeristisch door de stad trekken en op weg gaan naar Paus Honorius in het paleis van Lateranen.

(Constantijn droomt en overwint.)

maandag 12 juni 2017

31 mei 1217 - Vertrek

Woensdag 31 mei jongstleden had ik 's ochtends een netwerkgesprek met iemand die ik via via leerde kennen. En 's middags heb ik bij mijn zoontje op school geholpen bij handvaardigheid. Wat ik verder die dag gedaan heb, weet ik niet meer. Zo is een bijzondere dag onopgemerkt voorbij gegaan:

In het jaar 1217 na de vleeswording van de Here, in het tweede jaar van het pontificaat van heer paus Honorius, op de laatste dag van de maand mei, verlieten wij de geliefde velden van ons geboorteland en wij wijdden de eerstelingen van onze pelgrimstocht aan Hem die, toen Hij naar het buitenland vertrok, zijn goederen uitdeelde om ze eens met rente terug te vragen (Matt 25:14-28). Nadat wij via de monding van de rivier de Lauwers in volle zee gekomen waren, zagen wij, naar onze wens geholpen door gunstige winden, op de derde dag Engeland liggen.

Zo beschrijft de onbekende pelgrim uit de kroniek van het klooster Bloemhof te Wittewierum het vertrek van de ruim 80 koggen, nu 800 jaar geleden. En ik heb er niet bij stilgestaan! Jaren heb ik naar dit moment uitgekeken. Iedere keer als ik langs Zoutkamp, Dokkumer Nieuwe Zijlen of Lauwersoog kwam, stelde ik mij voor hoe daar de verzamelde vloot lag. En stiekem heb ik denk ik gehoopt, dat ik de schepen na precies acht eeuwen misschien heel even in het echt zou kunnen zien varen, als ik er op het juiste moment zou zijn. Maar ik heb mijn kans gemist.

Wat ik wel heb, is een scenario dat af is. En als ik dat lees, kan ik het vertrek net zo vaak herbeleven als ik zelf wil:

Terwijl de schepen in de achtergrond klaar liggen, leest een priester de laatste mis. De pelgrims en hun aanhang zitten geknield. Jelmer en zijn vrouw ook:



Commentaar:          -Woensdag 31 mei 1217



Jelmer voice over:   -En na drie jaar was het eindelijk zo ver.



Priester:            -Benedicat tibi Dominus et custodiat te..



De vloot van zo’n 80 schepen vaart uit. Ze worden begeleid door kleine scheepjes. Het is een enorm gekrioel. (Vanaf het water gezien) Een vrouw roept haar geliefde vanaf een klein bootje nog iets toe:



Jelmer voice over:   -Uit heel Frisia waren de pelgrims met schepen naar de Lauwers gekomen.



Vrouw:               -Doe je voorzichtig..



Man:                 -Geen zorgen!



De vloot vaart verder weg, uitgezwaaid door familie en vrienden aan de kant en vanuit de bootjes. De man roept nog iets na:



Jelmer voice over:   -We voeren boven de eilanden langs en passeerden de Hollandse kust..



Man:                 -..volgend jaar in Jeruzalem!

(14e eeuwse miniatuur van Kruisvaarders die scheep gaan)

maandag 21 april 2014

Het Ware Gezicht

Op 9 oktober 1217 loopt de Friese vloot de haven van Tarquinia binnen, om er te overwinteren. Ze zijn nu vlak bij Rome en natuurlijk gaan de Kruisvaarders op audiëntie bij de paus. Hendrik vertelt in zijn reisverslag dat Honorius III de Friezen enthousiast ontvangt.

Met name de succesvolle, en passant uitgevoerde aanval op een Moorse stad in Zuid-Portugal verheugt de paus en hij roemt de Friese moed en dapperheid. Voor de duur van hun verblijf in Tarquinia neemt Honorius de Friezen onder zijn bescherming. Daarnaast toont hij hen binnen enkele dagen maar liefst tweemaal de zweetdoek van de Heilige Veronica, met daarop de 'Ware afbeelding van het gezicht van Christus'. Dit beeld is volgens de legende ontstaan doordat Veronica op Goede Vrijdag het bezweette en bebloede gezicht van Christus heeft afgedept. Voor de pelgrims in Rome is het zien van deze reliek een overweldigende ervaring. Ze komen oog in oog te staan met hun Heiland. Wanneer de Heilige Vader de doek omhoog houdt, is het voor hen of tijd en plaats wegvallen. Voor een ogenblik zijn de Friezen in Jeruzalem. Ze staan langs de Via Dolorosa en Christus komt voorbij op weg naar Golgotha om voor hen de losprijs te betalen. 

In mijn studeerkamer hangt een 19e eeuwse kopie van de 'Veronica'. Het is een pathetisch beeld, gedrukt op textiel dat -volgens het bijgaande getuigschrift- in contact is geweest met de oorspronkelijke reliek. En iedere keer als ik er naar kijk sta ik via een hink-stap-sprong in mijn beleving, tussen de Friese Kruisvaarders in de Sint Pieter.

(vera effigies sacri vultus domini nostri jesu christi)