Posts tonen met het label Santa Maria de Faro. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Santa Maria de Faro. Alle posts tonen

vrijdag 20 april 2018

20 maart 1218 - Een feestelijk afscheid

Voor vertrek zijn de koggen van Corneto naar open zee gebracht. Nu volgt de afscheidsceremonie:

Zij [de Italianen] lieten degenen die ze vriendelijk hadden ontvangen nog vriendelijker gaan. zo het goede begin met een nog beter einde besluitend, en met vele duizenden mannen en vrouwen, in een schitterende en glorieuze optocht met 48 banieren en vaandels. begeleidden ze ons naar de zee. Daar hield de podestà van Corneto, een verstandig man en een bekwaam rechtsgeleerde, voor de verzamelde menigte, die in een kring was opgesteld, een lofrede op de trouw en dapperheid van de Friezen, en bood eigener beweging aan schadevergoeding te betalen, wanneer ons enig onrecht zou zijn aangedaan. Ook de kruisvaarders uit Corneto, Viterbo, Tuscania, Siena, Vetralla, Montalto, Montefiascone en de anderen die in onze schepen naar het Heilige Land zouden varen, beval hij in onze hoede aan, en hij droeg hen op zich in alles aan ons te onderwerpen. Toen iedereen daarmee ingestemd had, stak de voorzitter van de stadsraad zelf een prachtig vaandel als teken van macht en bevoegdheid eigenhandig in de lucht, en alle Latijnen verplichtten zich onder ede in zaken van oorlog en vrede ons als vaders te gehoorzamen.

De Friezen worden op overweldigende wijze uitgeleide gedaan. Van heinde en verre zijn mensen gekomen om de 'strijders van Christus' op de vijf kilometer lange wandeling van Tarquinia naar de schepen te begeleiden. 

Ik stel mij voor dat de hoge geestelijken voorop gaan met aan het hoofd een grote crucifix. Wellicht worden ook relieken van plaatselijke heiligen meegevoerd. Dan volgt het stadsbestuur, met de leiders en de geestelijken van de vloot. Deze groep voert het stadsvaandel van Tarquinia en Friese onderscheidingsteken. Over Friese vlaggen en vaandels uit de 13e eeuw is niets bekend, maar zoals we eerder zagen, hebben zij beslist veldtekenen. 

Dan komt de rest van de Friese strijders, gevolgd door de Italiaanse kruisvaarders. Vervolgens zien we de notabelen uit omliggende steden, met hun vaandels en stadswapens. En tenslotte trekken de inwoners van Tarquinia en andere plaatsen voorbij. Ook zij dragen vaandels mee, van voorname families, wijken of heiligen. De sfeer is uitgelaten en er worden gezangen en kruistochtliederen gezongen.

Eenmaal op het strand aangekomen, volgt een indrukwekkende toespraak van de podestà. Onze anonieme pelgrim heeft deze man in de afgelopen winter blijkbaar persoonlijk leren kennen. De beschrijving van de bestuurder komt persoonlijk en gemeend over. Daarna is het tijd voor de Italiaanse kruisvaarders om de gelofte af te leggen die de Friezen bijna negen maanden eerder in Dartmouth en even later in Saint Mahieu hebben afgelegd. Tenslotte krijgen de Italianen de opdracht van hun leiders om zich te onderwerpen aan het gezag van de Friezen, alsof het hun vaders zijn. Dit vind ik op zijn minst opmerkelijk. 

Stel je voor: De Europese maatschappij in de 13e eeuw is feodaal. Het gewone volk valt onder het gezag van een lokale heer of edelman. In ruil voor belasting en militaire steun beschermt de heer zijn volk. Maar deze heer op zijn beurt heeft zijn grondgebied in leen gekregen van een hogere edelman aan wie hij ook weer geld en militaire steun verplicht is. Zo is het gezag in heel Europa opgebouwd als een piramide, met aan de top de koning of de keizer. Alleen de Friezen en de Zwitsers trekken zich in deze tijd niets aan van dit systeem.

De Friezen beschouwen zich als eigen baas. Zij dienen geen enkele landsheer, maar hebben zich georganiseerd rond lokale hoofdelingen. Dit wordt 'Friese Vrijheid' genoemd; een tot de verbeelding sprekende term die door de eeuwen heen vaak geromantiseerd en gemythologiseerd is. 

Dat nu uitgerekend deze groep vrijgevochten Friezen een contingent feodaal georganiseerde kruisvaarders onder hun hoede krijgt, vind ik curieus. Helaas horen we in de rest van de geschiedenis niets meer over de Italiaanse kruisvaarders. We weten dus ook niet of deze vader-kind-relatie de Friezen is bevallen.

(..vele duizenden mannen en vrouwen. in een schitterende en glorieuze optocht met 48 banieren en vaandels.)

woensdag 30 augustus 2017

28 en 29 juli 1217 - Friese strijdlust

De Kruisvaarders liggen met hun schepen stuurloos en kwetsbaar voor de haven van Hairin (Santa Maria de Faro). Ze besluiten niet af te wachten:

Zonder talmen gingen we in kleine scheepjes aan land en we bespraken plannen om de stad te belegeren. Terwijl de meningen hierover nog verdeeld waren, hieven de Friezen tegen de avond de veldtekenen ten hemel, aangevuurd door de Geest van God of misschien wel door hun eigen onstuimigheid, en nadat ze een lied gezongen hadden waarin ze de Heilige Maagd te hulp riepen, besprongen ze dapper de in het veld gelegerde vijanden en de stad. De vijanden sloegen dadelijk op de vlucht. Toen de Friezen de poorten naderden, zagen zij een Saraceen over de muur naar beneden komen. Hij werd dadelijk gedood; één van de Friezen schoot een pijl af en klom langs hetzelfde touw over de muur, zette een vaandel boven op de toren en opende de poorten om zijn makkers binnen te laten. Na de gehele nacht geplunderd te hebben, staken zij 's morgens de stad in brand; ze brachten grote buit naar de schepen. Hoewel de nacht de hemel met zwarte wolken bedekte, beweerden toch velen dat zij in de lucht de gestalte van de Heilige Maagd hadden gezien, die hen als het ware feliciteerde met hun wraakactie. De stad was zeer goed versterkt: aan twee zijden was zij door water omgeven; verder was zij versterkt met torens en een muur die zó dik was, dat twee ruiters elkaar bovenop konden passeren. De verwoesting van deze stad bracht zoveel schrik teweeg bij de omgeving, dat niemand meer op zijn versterkingen durfde te vertrouwen.

Eerder heeft onze anonieme pelgrim verteld dat de Friezen niet meedoen met de belegering van Alcaser do Sal. Zij willen naar de wens van de Paus eerst Jeruzalem veroveren. Waarom vallen zij dan nu, na amper één dag varen Hairin aan? Ik denk dat de landing bedoeld is als een schijnbeweging, die dankzij de ongezeglijkheid en de standaard gevechtstactiek van de Friezen onbedoeld tot een overwinning leidt.

Door aan land te gaan wil de legerleiding de aandacht afleiden van de schepen die weerloos voor de haven liggen. De Kruisvaarders positioneren zich met veel aplomb; vaandels wapperen en strijdliederen klinken. Misschien wordt er zelfs wel een verdedigingswal gegraven. Alles moet de schijn wekken dat de christenen slechts de voorhoede zijn van een veel groter leger dat elk moment vanuit Lissabon kan aankomen.

Maar dat de landing slechts bluf is, gaat grotendeels voorbij aan de Friese strijders. Zij zijn georganiseerd in kleine groepjes rond hoofdelingen en vallen niet onder het commando van één bevelhebber. Hierdoor zijn zij slecht vertegenwoordigd binnen de legerleiding en niet goed op de hoogte van het plan.

Ook hebben de Friezen geen ervaring met belegeringsoorlogen. Rustig troepen opbouwen, stellingen opwerpen en afwachten is niet aan hen besteed. Thuis in Frisia vertrouwen zij juist op verrassingsaanvallen en op het schokeffect van doldrieste strijdlust. Dat doen de Friezen dus ook nu: zij heffen hun vaandels, zij zingen een lied en zij storten zich hals over kop in de strijd.

De Moorse wachtposten in het veld zijn geen partij voor dit geweld. Woest denderen de Friezen met hun lange speren en korte zwaarden door de eerste verdedigingslinie. Achter hen, probeert de legerleiding de aanval nog te stoppen. Maar de bevelen en commando's worden verkeerd begrepen en ook de rest van het Kruisleger komt in beweging.
 
Een kleine 2000 man voetvolk stormt zonder ladders of andere hulpmiddelen af op hoge, sterke stadsmuren. Zoiets kan eigenlijk alleen maar uitlopen op een mislukking. Maar op de muren staan mensen en mensen maken fouten. Waarschijnlijk is de stadspoort hermetisch afgesloten en moeten de overrompelde veldtroepen via touwen terugklimmen in de stad. En misschien klimt één van de verdedigers wel naar beneden om een gewonde kameraad te helpen. 
 
Hoe het ook zij, de Moor wordt gedood en een Fries klimt omhoog. Er breekt paniek uit en niemand bedenkt dat de klimmende man aan het touw compleet weerloos is. De verdedigers verlaten hun posities op de muur, om thuis vrouwen en kinderen en al wat hen lief is te redden. En de Fries klimt ongehinderd verder.
 
Woest brullend staat de hij uiteindelijk als een blonde duivel bovenop de muur. Hij plant er zijn vaandel en rent zonder tegenstand te treffen naar de stadspoort om zijn kameraden binnen te laten. Nu kan onder het goedkeurend oog van Maria het gruwelijke feest van plundering en vernieling kan beginnen..

(Friese strijders dragen geen helmen en zware maliënkolders, maar enkel een geschubd lederen tuniek waardoor zij sneller en wendbaarder zijn.)
 

zondag 20 augustus 2017

27 en 28 juli 1217 - Langs vijandige kusten

De eenheid is verbroken en de vloot gaat twee verschillende kanten op. De Friezen wenden de steven naar het Heilige Land.

Wij echter lieten de stad links liggen, voeren langs Cabo Sao Vicente, Ponta de Sagres, langs Alvor en Silves, steden die eens door onze landgenoten waren ingenomen, verder langs de versterkingen Almadra (Armação de Pêra) en Albufeire, en toen de wind ons in de steek liet, wierpen vijfentwintig schepen het anker uit voor de haven van de stad, die vroeger Santa Maria heette, maar nu Hairin (Santa Maria de Faro) genoemd wordt. We bleven daar die nacht liggen. 's Morgens begroetten we verheugd onze metgezellen die weer bij ons terugkeerden, nadat ze 's nachts van ons waren weggedreven. We hesen gelijk met hen de zeilen, terwijl we probeerden verder te varen, maar we werden helaas door een teleurstellende wind al spoedig gedwongen de ankers weer aan het zand toe te vertrouwen.

Onze anonieme pelgrim en zijn kameraden verlaten het veilige Lissabon. Vergeleken met wat gaat komen was hun reis tot nu toe kinderspel. Steeds is de vloot maar zo'n 3 tot 6 dagen achtereen op zee geweest en de langste etappe, van de Lauwers tot Dartmouth was 850 kilometer. Nu wacht de Friezen 1500 kilometer aan vijandelijke kusten. Tussen hier en het Catalaanse Tortosa ligt geen enkele veilige haven om water en proviand in te slaan. 

De reis begint met het ronden van twee kapen; de 75 meter hoge Cabo sao Vicente en de even indrukwekkende Ponta de Sagres. Gevaarlijk rijzen de rotsformaties op uit zee. Plantgroei is er schaars door de westenwind die hier bijna onophoudelijk van over de oceaan aan komt bulderen. Kaal en onheilspellend weerstaat het land hier de zee. 

Snel na de twee kapen komen de Friezen langs steden die zij uit verhalen van thuis kennen. Oude kruisvaarders hebben hen als kind veelvuldig vertelt over de inname van Alvor en Silves in september 1189. Nadien hebben de christenen de steden echter weer aan de Almohaden verloren. Strijdlust vult de harten van de pelgrims nu zij hun verloren erfdeel zien.

Verder gaat de reis die dag, langs de versterkte steden Armação de Pêra en Albufeire. Stralend wit liggen de vestingmuren en gebouwen van de steden in de warme middagzon. Andersom tekenen de silhouetten van de naar schatting 80 koggen onheilspellend donker af op de fel schitterende zee. Gelukkig voor de wachters op de muren en de gealarmeerde bevolking vaart de vloot door.

Maar dan verandert de wind en om niet op de kust te lopen, gooien vijfentwintig kapiteins de ankers uit voor de haven van Santa Maria de Faro. Zowel voor de kruisvaarders als voor de stad moet het een spannende nacht zijn. Beide partijen hopen dat een confrontatie achterwege blijft. De Friezen zijn door de veranderde wind stuurloos en de stad is totaal niet voorbereid op een aanval. Vanaf de muren en aan boord wordt die nacht angstvallig de wacht gehouden.

Gelukkig gaat de nacht voorbij zonder incidenten. De overige koggen voegen zich weer bij hun kameraden en bij het ochtendgloren wil de vloot weer snel verder varen. Helaas is de gunstige wind nog niet weergekeerd en teleurgesteld moet de vloot de ankers weer uitgooien.

Tachtig koggen liggen nu kwetsbaar en voor onbestemde tijd voor een vijandelijke haven. Zolang de wind niet verandert, zijn de kruisvaarders een weerloos doel. Met één roeibootje, een slingertuig en enkele kruiken brandende olie en zwavel kunnen de Moren al geweldige schade aanrichten. 

En hoe dit afloopt, vertel ik de volgende keer..

(Ik heb de razende westenwind bovenop Cabo Sao Vicente gevoeld en hoop er nog eens langs te zeilen.)