Posts tonen met het label Alcaser do Sal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Alcaser do Sal. Alle posts tonen

woensdag 20 december 2017

Omringd door martelaren

De Friezen zijn al maanden onderweg en met de winter voor de boeg, lijkt het Heilige Land nog altijd oneindig ver weg. Hoe zorgen de kruisvaarders ervoor dat ze hun einddoel tóch voor ogen houden?

Jaren geleden; in 1214 hebben de Friese pelgrims een kruistochtgelofte afgelegd. Sindsdien staat hun hele leven in het teken van de reis naar Jeruzalem en het Heilige Graf. Maar zoals altijd in het leven, zijn er ook op deze reis verleidingen. Ook een pelgrim kan afdwalen van de rechte weg.

Sommige Friezen hebben al voor vertrek van de reis afgezien. Bijvoorbeeld net als boer Godschalk hebben zij onder valse voorwendselen hun gelofte afgekocht. Anderen zijn met de Hollanders en Rijnlanders in Lissabon gebleven. En na de verovering van Alcácer do Sal houden zij het verder misschien wel voor gezien. Ook voor de pelgrims die doorvaren zijn er verleidingen:

Bij hun aankomst in Corneto kunnen de Friezen terugkijken op een zeer succesvolle reis. Zoals de paus wilde, zijn zij niet in Lissabon gebleven. Met instemming van Maria hebben ze drie Moorse steden geplunderd en verwoest. En daarna hebben ze een zeer zware en louterende tijd op zee doorgebracht. Het is heel begrijpelijk als een pelgrim nu vindt dat hij wel genoeg heeft meegemaakt. 

Je bent gehoorzaam geweest, je hebt met goddelijke steun ongelovigen bestreden en je hebt geleden. Eigenlijk heb je je kruistochtgelofte wel zo'n beetje ingelost. Je kunt de kantjes er nu verder best vanaf lopen.. Maar nog voor je twijfel echt wortel kan schieten, klinkt vanuit de wereld om je heen gelukkig een luide en duidelijke waarschuwing om je doel goed voor ogen te houden. Waar je ook kijkt, overal zie je heilige martelaren.

Op de feestdag van Sint Bartholomeüs; de apostel die levend gevild werd kom je in Barcelona aan. Je bezoekt Sint Felicianus en Sint Mendrianus in hun kerken. Zij zijn ook twee heiligen die hun geloof met de dood hebben bekocht. Op het feest van Sint Lambertus martelaar kom je aan in Villefranche-sur-Mer. En op het feest van Sint Dionysius martelaar loopt je schip de haven van Civitavecchia binnen.

Al deze mannen hebben het ultieme offer gebracht voor hun geloof. Zij zijn Christus gevolgd tot in de dood. Dus hoe zou je het ooit in je hoofd halen om te stoppen!? Natuurlijk zul je doorreizen; ook al betekent dit dat je nu eerst een winter lang in Corneto zult moeten wachten.


(13e eeuwse verbeelding van de marteldood van Sint Albanus)

 

woensdag 30 augustus 2017

28 en 29 juli 1217 - Friese strijdlust

De Kruisvaarders liggen met hun schepen stuurloos en kwetsbaar voor de haven van Hairin (Santa Maria de Faro). Ze besluiten niet af te wachten:

Zonder talmen gingen we in kleine scheepjes aan land en we bespraken plannen om de stad te belegeren. Terwijl de meningen hierover nog verdeeld waren, hieven de Friezen tegen de avond de veldtekenen ten hemel, aangevuurd door de Geest van God of misschien wel door hun eigen onstuimigheid, en nadat ze een lied gezongen hadden waarin ze de Heilige Maagd te hulp riepen, besprongen ze dapper de in het veld gelegerde vijanden en de stad. De vijanden sloegen dadelijk op de vlucht. Toen de Friezen de poorten naderden, zagen zij een Saraceen over de muur naar beneden komen. Hij werd dadelijk gedood; één van de Friezen schoot een pijl af en klom langs hetzelfde touw over de muur, zette een vaandel boven op de toren en opende de poorten om zijn makkers binnen te laten. Na de gehele nacht geplunderd te hebben, staken zij 's morgens de stad in brand; ze brachten grote buit naar de schepen. Hoewel de nacht de hemel met zwarte wolken bedekte, beweerden toch velen dat zij in de lucht de gestalte van de Heilige Maagd hadden gezien, die hen als het ware feliciteerde met hun wraakactie. De stad was zeer goed versterkt: aan twee zijden was zij door water omgeven; verder was zij versterkt met torens en een muur die zó dik was, dat twee ruiters elkaar bovenop konden passeren. De verwoesting van deze stad bracht zoveel schrik teweeg bij de omgeving, dat niemand meer op zijn versterkingen durfde te vertrouwen.

Eerder heeft onze anonieme pelgrim verteld dat de Friezen niet meedoen met de belegering van Alcaser do Sal. Zij willen naar de wens van de Paus eerst Jeruzalem veroveren. Waarom vallen zij dan nu, na amper één dag varen Hairin aan? Ik denk dat de landing bedoeld is als een schijnbeweging, die dankzij de ongezeglijkheid en de standaard gevechtstactiek van de Friezen onbedoeld tot een overwinning leidt.

Door aan land te gaan wil de legerleiding de aandacht afleiden van de schepen die weerloos voor de haven liggen. De Kruisvaarders positioneren zich met veel aplomb; vaandels wapperen en strijdliederen klinken. Misschien wordt er zelfs wel een verdedigingswal gegraven. Alles moet de schijn wekken dat de christenen slechts de voorhoede zijn van een veel groter leger dat elk moment vanuit Lissabon kan aankomen.

Maar dat de landing slechts bluf is, gaat grotendeels voorbij aan de Friese strijders. Zij zijn georganiseerd in kleine groepjes rond hoofdelingen en vallen niet onder het commando van één bevelhebber. Hierdoor zijn zij slecht vertegenwoordigd binnen de legerleiding en niet goed op de hoogte van het plan.

Ook hebben de Friezen geen ervaring met belegeringsoorlogen. Rustig troepen opbouwen, stellingen opwerpen en afwachten is niet aan hen besteed. Thuis in Frisia vertrouwen zij juist op verrassingsaanvallen en op het schokeffect van doldrieste strijdlust. Dat doen de Friezen dus ook nu: zij heffen hun vaandels, zij zingen een lied en zij storten zich hals over kop in de strijd.

De Moorse wachtposten in het veld zijn geen partij voor dit geweld. Woest denderen de Friezen met hun lange speren en korte zwaarden door de eerste verdedigingslinie. Achter hen, probeert de legerleiding de aanval nog te stoppen. Maar de bevelen en commando's worden verkeerd begrepen en ook de rest van het Kruisleger komt in beweging.
 
Een kleine 2000 man voetvolk stormt zonder ladders of andere hulpmiddelen af op hoge, sterke stadsmuren. Zoiets kan eigenlijk alleen maar uitlopen op een mislukking. Maar op de muren staan mensen en mensen maken fouten. Waarschijnlijk is de stadspoort hermetisch afgesloten en moeten de overrompelde veldtroepen via touwen terugklimmen in de stad. En misschien klimt één van de verdedigers wel naar beneden om een gewonde kameraad te helpen. 
 
Hoe het ook zij, de Moor wordt gedood en een Fries klimt omhoog. Er breekt paniek uit en niemand bedenkt dat de klimmende man aan het touw compleet weerloos is. De verdedigers verlaten hun posities op de muur, om thuis vrouwen en kinderen en al wat hen lief is te redden. En de Fries klimt ongehinderd verder.
 
Woest brullend staat de hij uiteindelijk als een blonde duivel bovenop de muur. Hij plant er zijn vaandel en rent zonder tegenstand te treffen naar de stadspoort om zijn kameraden binnen te laten. Nu kan onder het goedkeurend oog van Maria het gruwelijke feest van plundering en vernieling kan beginnen..

(Friese strijders dragen geen helmen en zware maliënkolders, maar enkel een geschubd lederen tuniek waardoor zij sneller en wendbaarder zijn.)
 

zondag 13 augustus 2017

27 juli 1217 - Verbroken beloften

Voor de Kruisvaarders is de dag van vertrek uit Lissabon aangebroken. Het is een pijnlijk moment.

Het leger splitste zich dus en donderdag na het feest van de heilige Jacobus (27 juli) voeren beide groepen tegelijkertijd de haven uit; de helft van de schepen wendde de steven naar het Heilige Land, de overigen begaven zich op weg om de stad Alcazar in te nemen.

Twee heerlijke zomerse weken hebben de pelgrims door de straten van Lissabon gezworven. Ze hebben de voetsporen gevolgd van landgenoten die de stad zeventig jaar eerder heroverd hebben. Ze hebben de graven van heiligen bezocht. Tijdens het warme middaguur hebben ze schaduwrijke binnenplaatsen opgezocht. Onder druivenranken en vijgenbomen hebben ze het heetst van de dag afgewacht.

De Noorderlingen zijn vertrouwd geraakt met de vreemde Moorse bouwstijl die nog overal in de stad aanwezig is. Ze hebben onbeschrijfelijke Noord-Afrikaanse smaken geproefd. En ze hebben voor het eerst moslims in levende lijve gezien; mensen die onder strenge voorwaarden en tegen betaling in Lissabon mogen blijven wonen of er voor handel worden toegelaten.  

Twee weken heeft de Kruisvaardersvloot gastvrijheid genoten in de veilige haven van Lissabon. Zieken zijn hersteld, lijnen zijn vervangen, zeilen en roeren en andere delen van de schepen zijn gerepareerd. De ruimen zitten vol vers voedsel en drinkwater en de vloot is klaar om verder te reizen.

Maar het is geen vrolijk afscheid. De stemming is bedruk en misschien zelfs wel bitter. De kruisvaarders kijken terug op twee weken vol felle discussies over het Portugese voorstel. Moest de vloot nu wel of niet in Lissabon blijven? Twee weken lang heeft de legerleiding geen eenstemmig besluit kunnen nemen. Twee weken lang hebben voor- en tegenstanders elkaar met tal van argumenten bestookt.

Nu, op 27 juli varen alle schepen uit. Maar de eenheid die twee maanden eerder in Dartmouth onder ede is gesloten, is verbroken. Het eedgenootschap dat zwoer eendrachtig op te zullen trekken naar Jeruzalem, is uiteen gevallen. En beide partijen zijn er van overtuigd dat zij het goddelijk gelijk aan hun kant hebben.

Onder leiding van abt Heribert van Werden, wenden de Friezen met tachtig schepen de steven naar het Heilige Land; het enige rechtvaardige doel van deze Kruistocht. Ondertussen trekken de graven van Holland en Wied met 100 schepen op naar Alcacer do Sal. Hun gelijk wordt luid en duidelijk verkondigd in de Rijnlandse kroniek: 'Zij kozen er daarom voor om zich in de tussentijd te wijden aan de goddelijke taak en het gebied van de vijanden van het geloof binnen te dringen, om zo vrede in dit gebied te brengen en niet nutteloos en gemakzuchtig rond te hangen als onnutte slaven'.

En beide partijen zullen door het vervolg van hun reis alleen maar gesterkt worden in hun eigen gelijk..

(Eedverbond: een verbinding tussen gelijkwaardige kameraden die zich tegenover God verplichten een gemeenschappelijk doel of elkaars belang te zullen dienen.)


donderdag 3 augustus 2017

Een aantrekkelijk voorstel

De pelrgims zijn onder de indruk van het prachtige Lissabon. De bisschop van de stad maakt hier dankbaar gebruik van:

Toen er dan vele schepen in de haven verzameld waren en de raad van het gehele leger met de burgers van de stad was samengekomen, hield de bisschop van de plaats een preek voor het volk, waarmee hij hen probeerde over te halen in Spanje te blijven om de vijanden van de Kerk die zich in de stad Alcazar (Alcácer do Sal) bevonden te verdrijven; hij verzekerde, dat dit nuttig en eervol zou zijn om vele redenen, zegde zijn hulp, die van zijn getrouwen en van de koning van het land toe, beloofde een zeer grote buit en toonde aan dat het oponthoud nuttig was, zelfs als er geen buit behaald zou worden, zowel vanwege de overvloed aan koopwaar ter plaatse als vanwege het oponthoud van de koningen en vorsten, die dat jaar niet zouden oversteken. Hij voegde daar nog vele argumenten van dezelfde strekking aan toe.

De bijeenkomst van de legerleiding met de bisschop en de burgers van de stad lijkt een standaard beleefdheidsbezoek te worden. Maar dan blijkt ineens dat er ook andere hoogwaardigheidsbekleders aanwezig zijn. 
 
Ten eerste is daar Abt Pedro Egas, die uit Sao Martinho do Porto is overgekomen. Gelijk na het vertrek van de Friezen is hij spoorslag vanuit zijn uithof afgereisd naar Lissabon. Zijn verhalen over de Moorse agressie en de goddelijke wonderen in Marokko liggen de mannen nog vers in het geheugen.
 
Ook is daar de in ballingschap levende bisschop Soeiro van Évora. Zijn stad ligt in Moors gebied en hij vertelt dramatische verhalen over de verdrukking van de christenen. Ik stel mij voor hoe hij dit doet terwijl de tranen hem over de wangen stromen. Hij laat met veel gevoel voor drama zien hoe machteloos hij zich voelt, nu hij als herder niets kan doen voor zijn in nood verkerende kudde.
 
En dan zijn daar nog de commandeurs van drie ridderorden; de Tempeliers, de Johannieters en de ridders van Santiago. Deze strijdlustige priestermonniken vechten in Spanje tegen de moslims en zij vertellen honderduit over hun heroïsche confrontaties met de vijand.
 
Al deze mannen staan met hun verhalen als het ware in het voorprogramma van de gastheer, de bisschop van Lissabon. Zijn toespraak lijkt eerst een gewone preek te worden, maar al snel doet hij een onomwonden oproep aan de Noordelingen om in Spanje deel te gaan nemen aan de Reconquista. 
 
Eerst roept de bisschop zijn gasten in herinnering hoe hun voorvaderen in 1147 heldhaftig en succesvol gestreden hebben in Lissabon. Hij herinnert hen er aan hoe vele Noorderlingen toen de kroon der martelaren verworven hebben. En natuurlijk wenst de bisschop zijn gasten een even glorierijk succes tijdens hun eigen Kruistocht.
 
Maar wat jammer nu, dat de hele kruistocht zo'n vertraging dreigt op te lopen, doordat de vorsten uit de rest van Europa dit jaar niet meer zullen oversteken naar Akko in Palestina. Bovendien is het vaarseizoen al ver gevorderd en eigenlijk is het niet meer veilig om nu nog de lange reis langs de vijandige kusten van Zuid Spanje te ondernemen. De zee wordt met de dag ruiger en er zal veel tegenwind zijn.
 
Dus waarom blijven de dappere strijders uit het Noorden deze winter niet liever in Lissabon? De haven is ruim en veilig en de stad mooi en welvarend. Bovendien doet zich een uitgelezen kans voor om wat aan militaire training te doen. Zeventig kilometer verderop ligt het vijandige en strategisch belangrijke Alcácer do Sal klaar om belegerd te worden. En uiteraard zal de buit voor de Kruisvaarders zijn.
 
Dit laatste is niet alleen aanlokkelijk voor de hebzuchtigen onder de Kruisvaarders. Iedereen weet hoe duur de reis is. Telkens moeten nieuwe kosten gemaakt worden voor voedsel en drinken. De loyaliteit van manschappen en zeelieden is gekocht en moet steeds met schenkingen bekrachtigd worden. En reparaties aan schepen zijn vaak nodig en peperduur.

Je zou dus als Kruisvaarder wel gek zijn, als je geen gehoor gaf aan het voorstel van de bisschop! Maar wie dat denkt, kent de Friezen nog niet.. Daarover gaat de volgende post.

(Nog altijd wordt de vesting van Alcáser do Sal gepresenteerd als een aanlokkelijk reisdoel)