Posts tonen met het label Abt Pedro Egas. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Abt Pedro Egas. Alle posts tonen

donderdag 3 augustus 2017

Een aantrekkelijk voorstel

De pelrgims zijn onder de indruk van het prachtige Lissabon. De bisschop van de stad maakt hier dankbaar gebruik van:

Toen er dan vele schepen in de haven verzameld waren en de raad van het gehele leger met de burgers van de stad was samengekomen, hield de bisschop van de plaats een preek voor het volk, waarmee hij hen probeerde over te halen in Spanje te blijven om de vijanden van de Kerk die zich in de stad Alcazar (Alcácer do Sal) bevonden te verdrijven; hij verzekerde, dat dit nuttig en eervol zou zijn om vele redenen, zegde zijn hulp, die van zijn getrouwen en van de koning van het land toe, beloofde een zeer grote buit en toonde aan dat het oponthoud nuttig was, zelfs als er geen buit behaald zou worden, zowel vanwege de overvloed aan koopwaar ter plaatse als vanwege het oponthoud van de koningen en vorsten, die dat jaar niet zouden oversteken. Hij voegde daar nog vele argumenten van dezelfde strekking aan toe.

De bijeenkomst van de legerleiding met de bisschop en de burgers van de stad lijkt een standaard beleefdheidsbezoek te worden. Maar dan blijkt ineens dat er ook andere hoogwaardigheidsbekleders aanwezig zijn. 
 
Ten eerste is daar Abt Pedro Egas, die uit Sao Martinho do Porto is overgekomen. Gelijk na het vertrek van de Friezen is hij spoorslag vanuit zijn uithof afgereisd naar Lissabon. Zijn verhalen over de Moorse agressie en de goddelijke wonderen in Marokko liggen de mannen nog vers in het geheugen.
 
Ook is daar de in ballingschap levende bisschop Soeiro van Évora. Zijn stad ligt in Moors gebied en hij vertelt dramatische verhalen over de verdrukking van de christenen. Ik stel mij voor hoe hij dit doet terwijl de tranen hem over de wangen stromen. Hij laat met veel gevoel voor drama zien hoe machteloos hij zich voelt, nu hij als herder niets kan doen voor zijn in nood verkerende kudde.
 
En dan zijn daar nog de commandeurs van drie ridderorden; de Tempeliers, de Johannieters en de ridders van Santiago. Deze strijdlustige priestermonniken vechten in Spanje tegen de moslims en zij vertellen honderduit over hun heroïsche confrontaties met de vijand.
 
Al deze mannen staan met hun verhalen als het ware in het voorprogramma van de gastheer, de bisschop van Lissabon. Zijn toespraak lijkt eerst een gewone preek te worden, maar al snel doet hij een onomwonden oproep aan de Noordelingen om in Spanje deel te gaan nemen aan de Reconquista. 
 
Eerst roept de bisschop zijn gasten in herinnering hoe hun voorvaderen in 1147 heldhaftig en succesvol gestreden hebben in Lissabon. Hij herinnert hen er aan hoe vele Noorderlingen toen de kroon der martelaren verworven hebben. En natuurlijk wenst de bisschop zijn gasten een even glorierijk succes tijdens hun eigen Kruistocht.
 
Maar wat jammer nu, dat de hele kruistocht zo'n vertraging dreigt op te lopen, doordat de vorsten uit de rest van Europa dit jaar niet meer zullen oversteken naar Akko in Palestina. Bovendien is het vaarseizoen al ver gevorderd en eigenlijk is het niet meer veilig om nu nog de lange reis langs de vijandige kusten van Zuid Spanje te ondernemen. De zee wordt met de dag ruiger en er zal veel tegenwind zijn.
 
Dus waarom blijven de dappere strijders uit het Noorden deze winter niet liever in Lissabon? De haven is ruim en veilig en de stad mooi en welvarend. Bovendien doet zich een uitgelezen kans voor om wat aan militaire training te doen. Zeventig kilometer verderop ligt het vijandige en strategisch belangrijke Alcácer do Sal klaar om belegerd te worden. En uiteraard zal de buit voor de Kruisvaarders zijn.
 
Dit laatste is niet alleen aanlokkelijk voor de hebzuchtigen onder de Kruisvaarders. Iedereen weet hoe duur de reis is. Telkens moeten nieuwe kosten gemaakt worden voor voedsel en drinken. De loyaliteit van manschappen en zeelieden is gekocht en moet steeds met schenkingen bekrachtigd worden. En reparaties aan schepen zijn vaak nodig en peperduur.

Je zou dus als Kruisvaarder wel gek zijn, als je geen gehoor gaf aan het voorstel van de bisschop! Maar wie dat denkt, kent de Friezen nog niet.. Daarover gaat de volgende post.

(Nog altijd wordt de vesting van Alcáser do Sal gepresenteerd als een aanlokkelijk reisdoel)


zondag 16 juli 2017

14 juli 1217 - Lissabon

Eindelijk komen de pelgrims aan in Lissabon. De Noordelingen zijn onder de indruk van de stad en onze anonieme pelgrim neemt de tijd om alles zorgvuldig te beschrijven. Vandaag het eerste deel:

Nadat we dit en nog andere verhalen gehoord hadden, verlieten we de haven van Salir (Sao Martinho do Porto) weer, op dinsdag na het feest van Alexander martelaar (11 juli), en we bereikten de vrijdag daarop (14juli) Lissabon. Over de ligging van de stad voegen wij nu een uitwijding in, die niet alleen nuttig is maar ook gegevens bevat die aardig zijn om te weten.
Lissabon is een stad in Spanje, op de grens tussen de heidenen en de Kerk; volgens een oude gewoonte is ze gelegen op een berg. Ze is gesticht door Odysseus en Achilles, hetgeen blijkt uit de oude gebouwen die "Oude Torens" genoemd worden en uit de daarbij liggende stadswijk die Achele (Chelas) heet, naar Achilles. Het hoofd van deze stad, geheel omgeven door een muur en hoge torens, bekroont op schitterende wijze de top van de berg, waar zich het woon- en werkpaleis van de bisschop bevinden. Het lichaam van de stad, dat glooiend afdaalt van de berg tot aan het water van de rivier, wordt aan de zuidzijde omgeven door een muur en torens.

Dankzij de verhalen van de abt van Alcobaça hebben de pelgrims weer helder voor ogen waarom zij ook al weer op Kruistocht gegaan zijn. Zij moeten de ongelovigen bestrijden! En nu na een reis van anderhalve maand, komen de pelgrims op de grens van het christendom en de islam. Deze grens is niet alleen een cultureel concept. Varend over de Taag is de grens een fysieke realiteit.

Ik stel mij voor dat de pelgrims in de late namiddag op Lissabon komen aanvaren. De bisschoppelijke paleizen blinken in de zon, terwijl de rest van de stad vanaf de heuvel neer golft richting de rivier. Wat een gezicht! Dit is werkelijk een klassieke stad in elk opzicht. Dat moet ook wel, want niemand minder dan Odysseus heeft immers samen met Achilles Lissabon gesticht. De Griekse historicus Strabo wist dit al in de eerste eeuw na Christus. En ook onze anonieme pelgrim herkent in de naam Ulixibona onmiddellijk Odysseus' Latijnse naam 'Ulixes'. En dan zijn er ook nog de oude gebouwen, die het verhaal van de stadstichting bevestigen.

Dat is bakboord. Aan stuurboord is het beeld heel anders. Daar wonen de Moren! De Saracenen! De Turken! De Babyloniërs! De Ongelovigen! En wat zien de pelgrims daar? Niks. Ze zien een uitgestrekte baai met aan de horizon enkele vage heuvels. Daar ligt geen stad en er is geen mens te zien. Het land van de heidenen ligt er woest en ledig bij. 
 
Gesterkt door dit geweldige contrast tussen de (bijna) hemelse stad en de voorwereldlijke leegte aan de overkant, gaan de kruisvaarders voor anker.


(De bisschoppelijke paleizen zijn in 1505 inmiddels koninklijk.)

dinsdag 11 juli 2017

Een geschrapt stukje scenario


Door één moment van onoplettendheid ben ik het vorige stukje, over het wonderverhaal van abt Pedro kwijtgeraakt. Helaas. Natuurlijk kan ik proberen de tekst de reconstrueren. Ik schreef het immer net twee dagen geleden. Maar ik kan ook verder gaan. En dat doe ik.

Enkele jaren geleden heb ik het verhaal van abt Pedro verwerkt in mijn scenario. In het kruisvaarderskamp vertelt bouwmeester Hendrik aan Olivier van Keulen, wat hij allemaal heeft meegemaakt tijdens zijn reis. Uiteindelijk heeft de scène met de abt de definitieve versie van het scenario niet gehaald. Daarom publiceer ik het stuk hier, bij wijze van spreken als palimpsest van het oorspronkelijke wonderverhaal:

Een groep van de voornaamste pelgrims is te gast in de uithof. Ook Hendrik is er bij. Ze zitten in een sobere ruimte, op houten banken aan een houten tafel op schragen. Olielampen zorgen voor  stemmig licht. Er staan bekers en een kruik op tafel. De abt vervolgt zijn verhaal:

Pedro:     -Laat mij u dit wonderlijke verhaal vertellen:

Terwijl de abt praat, toont het vertelde zich in de achtergrond als op een wandtapijt. (Geleerde en zoon die tegen hun vorst getuigen.):

Pedro:     -Een geleerde van de koning van Marokko had zich met

               zijn zoon bekeerd tot ons geloof.

               En zij voorspelden de koning het einde van zijn rijk..

De toehoorders luisteren aandachtig. Abt Pedro vertelt buiten beeld verder. (De zoon sterft, doorboord als een stekelvarken.):

Pedro vo: -De koning doodde eerst de vader.
               Een dag later stierf de zoon, doorboord met duizend
               speren..

Abt Pedro recht in het gezicht, terwijl hij vol enthousiasme verder gaat:

Pedro:     -En toen gebeurde het wonder..!

De toehoorders luisteren met open mond. (Gods hand weerhoudt vanuit de hemel de soldaten die zich van het lichaam willen ontdoen):

Pedro vo: -Ze wilden het lichaam op een ongewijde plaats
               begraven.
               Maar God greep in en de soldaten konden de martelaar
               onmogelijk verplaatsen!

Iemand:   -Ongelofelijk!

Het gezelschap zit met zijn allen aan tafel. De abt leunt achterover en besluit zijn verhaal. De pelgrims reageren enthousiast. (Blije christenen en verschrikte moslims in ‘fantasie Marrakesh’ met kerken en moskeeën)

Pedro:     -Nu belijden de christenen in Marrakesh vrijmoedig
               hun geloof!
               Zij bouwen kerken en dragen missen op in het
               openbaar!

Iemand:   -De Heer toont zijn macht aan de ongelovigen!

De uithof van buiten gezien, in de stille nacht. In de achtergrond ligt de baai met de koggen:

Stem 1:   -Halleluja!

Stem 2:   -Amen!

Terug in het kruisvaarderskamp. Hendrik en Olivier lopen verder:

Hendrik:  -Dit verhaal bemoedigde ons enorm!
               Vol vreugde vervolgden we onze reis naar Lissabon..

 (Een palimpsest: een nieuwe tekst op eerder gebruikt perkament)