Posts tonen met het label Olivier van Keulen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Olivier van Keulen. Alle posts tonen

dinsdag 11 juli 2017

Een geschrapt stukje scenario


Door één moment van onoplettendheid ben ik het vorige stukje, over het wonderverhaal van abt Pedro kwijtgeraakt. Helaas. Natuurlijk kan ik proberen de tekst de reconstrueren. Ik schreef het immer net twee dagen geleden. Maar ik kan ook verder gaan. En dat doe ik.

Enkele jaren geleden heb ik het verhaal van abt Pedro verwerkt in mijn scenario. In het kruisvaarderskamp vertelt bouwmeester Hendrik aan Olivier van Keulen, wat hij allemaal heeft meegemaakt tijdens zijn reis. Uiteindelijk heeft de scène met de abt de definitieve versie van het scenario niet gehaald. Daarom publiceer ik het stuk hier, bij wijze van spreken als palimpsest van het oorspronkelijke wonderverhaal:

Een groep van de voornaamste pelgrims is te gast in de uithof. Ook Hendrik is er bij. Ze zitten in een sobere ruimte, op houten banken aan een houten tafel op schragen. Olielampen zorgen voor  stemmig licht. Er staan bekers en een kruik op tafel. De abt vervolgt zijn verhaal:

Pedro:     -Laat mij u dit wonderlijke verhaal vertellen:

Terwijl de abt praat, toont het vertelde zich in de achtergrond als op een wandtapijt. (Geleerde en zoon die tegen hun vorst getuigen.):

Pedro:     -Een geleerde van de koning van Marokko had zich met

               zijn zoon bekeerd tot ons geloof.

               En zij voorspelden de koning het einde van zijn rijk..

De toehoorders luisteren aandachtig. Abt Pedro vertelt buiten beeld verder. (De zoon sterft, doorboord als een stekelvarken.):

Pedro vo: -De koning doodde eerst de vader.
               Een dag later stierf de zoon, doorboord met duizend
               speren..

Abt Pedro recht in het gezicht, terwijl hij vol enthousiasme verder gaat:

Pedro:     -En toen gebeurde het wonder..!

De toehoorders luisteren met open mond. (Gods hand weerhoudt vanuit de hemel de soldaten die zich van het lichaam willen ontdoen):

Pedro vo: -Ze wilden het lichaam op een ongewijde plaats
               begraven.
               Maar God greep in en de soldaten konden de martelaar
               onmogelijk verplaatsen!

Iemand:   -Ongelofelijk!

Het gezelschap zit met zijn allen aan tafel. De abt leunt achterover en besluit zijn verhaal. De pelgrims reageren enthousiast. (Blije christenen en verschrikte moslims in ‘fantasie Marrakesh’ met kerken en moskeeën)

Pedro:     -Nu belijden de christenen in Marrakesh vrijmoedig
               hun geloof!
               Zij bouwen kerken en dragen missen op in het
               openbaar!

Iemand:   -De Heer toont zijn macht aan de ongelovigen!

De uithof van buiten gezien, in de stille nacht. In de achtergrond ligt de baai met de koggen:

Stem 1:   -Halleluja!

Stem 2:   -Amen!

Terug in het kruisvaarderskamp. Hendrik en Olivier lopen verder:

Hendrik:  -Dit verhaal bemoedigde ons enorm!
               Vol vreugde vervolgden we onze reis naar Lissabon..

 (Een palimpsest: een nieuwe tekst op eerder gebruikt perkament)

woensdag 8 februari 2017

Het Aanvalsvaartuig I

Eén van de grote raadsels van de Vijfde Kruistocht, is het aanvalsvaartuig dat gebruikt wordt om de Kettingtoren in de Nijl bij Damiate te veroveren. Hoe werkte het precies en hoe heeft het er uit gezien? 

Dit is wat de kruistochtprediker (en vermoedelijke architekt) Olivier van Keulen er over zegt in zijn 'Historia Damiatina:
"De HEER liet ons zien hoe we het moesten aanpakken en Hij zorgde ook voor een architect. De Duitsers en Friezen op hun beurt zorgden voor materiaal en arbeidskracht. Wij voegden twee schepen samen. We verbonden ze stevig, met touwen en balken om (door een hechte structuur) te voorkomen dat ze uiteen zouden drijven. We richtten vier masten op en evenzoveel ra's, met in de top een versterkt bolwerk, samengesteld uit balken en een vlechtwerk ter fortificatie. Ook bedekten we het geheel rondom en aan de bovenkant met huiden, ter bescherming tegen aanvallen van hun aanvalsmachine en tegen hun Grieks vuur. Onder het fort werd een ladder bevestigd. Hij werd opgehangen aan zeer sterke touwen en strekte tot veertien meter voorbij de boeg." Verder blijkt uit Oliviers verhaal dat aan het uiteinde van de ladder  een loopbrug zit, die in hoogte versteld kan worden. En lager op het schip bevindt zich nog een verstelbare loopbrug die gebruikt wordt om de voet van de toren aan te vallen. 

Hoe moet je je een dergelijk vaartuig voorstellen? Met die vraag heeft menig tekenaar zich in de afgelopen eeuwen bezig gehouden. Maar dat is iets voor een volgende keer.

(De Historia Damiatina in het manuscript MS Ff. 1.25.4 uit de Universiteitebibliotheek van Cambridge.)

vrijdag 3 februari 2017

In de wolken

Hoe begint de volgende scène? Het gaat om Jelmer en Meester Olivier. En ik weet ook al wat de mannen gaan zeggen. Maar waar zijn ze op dat moment? Terwijl ik hier over nadenk, vult mijn kamer zich met vluchtige dampen.

Eindelijk heb ik de rust en de tijd om het bouwpakket van de kogge in elkaar te zetten. Iedere dag probeer ik een klein stukje te doen. Eerst plak ik de romp in elkaar met een agressieve lijm die scherp amandel-achtig ruikt. De plastic delen die er mee in contact komen, smelten een beetje en zitten daarna onlosmakelijk vast. Vervolgens schilder ik het geheel. De handleiding spreekt over een verfmengsel van 'bruin mat 85' en 'roest mat 83' in een verhouding van 3:1. Maar ik kies voor een dik geschilderde ondergrond waarop ik met heel veel wasbenzine en drie verschillende kleuren 'aquarelleer' tot ik een geloofwaardige houtkleur heb. Iedereen begrijpt dat je zoiets in een goed geventileerde kamer moet doen en zelfs dan nog niet te lang achter elkaar.

Bij de zoveelste sterk verdunde verflaag, dalen mijn gedachten door een luik af naar het ruim van het schip. Het ruikt er naar hars en pek en daar is Jelmer aan het werk. Plots hoort hij Olivier roepen: 'Jelmer! Het is ons gelukt!'

 (Ideale omstandigheden voor een brainwave)

zaterdag 20 september 2014

Herfst in Lissabon

Wanneer ik me langere tijd met een historisch onderwerp bezig houdt, dan zal ik me er vroeg of laat mee gaan identificeren. In Bedum en Surhuizum heb ik Olivier van Keulen horen preken en aan de Zuidhollandse kust zie ik regelmatig een vloot koggen voorbijvaren. 

Op 18 augustus 1217 komen de Friezen aan in Tortosa, tussen València en Barcelona. Na Lissabon hebben ze uitsluitend langs vijandelijke kusten gevaren en nu laten ze eindelijk het gevaarlijkste deel van hun reis achter zich. Vanaf hier kunnen ze weer vrij iedere haven binnen varen om water, voedsel en andere benodigdheden in te slaan. In de buurt van Toulon nemen de pelgrims twee weken rust, om weer op krachten te komen. En op 17 september is de Friese vloot in de buurt van Nice. Op hun gemak varen de pelgrims verder en op 9 oktober gaat Hendrik -de schrijver van de reisverslag- met zijn reisgenoten voor anker in het Italiaanse Corneto. Daar zullen ze overwinteren. Een periode van rust, voldoende eten en toeristische uitstapjes staat hen te wachten. De ontberingen die achter hen liggen en de avonturen die nog op hen wachten, lijken de komende maanden oneindig ver weg. En dít is het punt waar ik in het verhaal even afhaak. 
Voor mij zijn september en oktober juist een periode van urgentie en dadendrang. Iedere mooie dag kan voorlopig de laatste zijn. Niets mag ongemerkt voorbij gaan. Op nevelige ochtenden wordt ik geroepen door onbekende verten. Voorbij de horizon liggen nog avonturen op me te wachten. Voor je het weet is het te laat en trekt de winter zijn deken van koude en duisternis over ons. Ik wil doorgaan!

Maar is dit allemaal wel waar? Wil ik wérkelijk verder reizen dan mijn 13e eeuwse reisgenoten? Misschien is het wel juist andersom: Ik heb besloten om in Lissabon achter te blijven, terwijl de Friese pelgrims het avontuur zijn aangegaan. Nu sta ik op een verlaten kade en ik weet dat het vaarseizoen voorbij is. De Straat van Gibraltar zal ik dit jaar met geen mogelijkheid meer kunnen passeren.  

(Gezicht op Lissabon van kort na 1500.)

woensdag 4 juni 2014

754, Bonifatius bij Dokkum vermoord


Olivier van Keulen is op 5 juni 1214 in dokkum; de 460e sterfdag van Bonifatius. Wanneer je het verslag van Bonifatius’ dood leest, is het moeilijk voor te stellen hoe Olivier deze gebeurtenis heeft kunnen aangrijpen voor de ontketening van een 'heilige oorlog':

Toen de ochtend aanbrak, verschenen vijanden in plaats van vrienden; beulen in de plaats van nieuwe gelovigen. Een groot aantal vijanden, gewapend met speren en schilden stortte zich op het kamp, zwaaiend met hun wapens. De beschermers van het kamp grepen naar hun wapens om de aanstaande martelaren te verdedigen tegen de redeloze woede van de horde. Maar de man Gods (Bonifatius) riep de andere geestelijken bij zich en met de relieken van de heiligen -die hij altijd bij zich had- kwam hij uit zijn tent. Onmiddellijk riept hij de verdedigers op om het gevecht te staken, zeggende: ‘Zonen, leg je wapens neer! Wij worden door de Schrift opgeroepen om kwaad niet met kwaad te vergelden, maar om het kwade te overwinnen door het goede. Het uur waarop wij zolang gewacht hebben is nabij.  De dag van onze bevrijding is gekomen. Vind troost bij de Heer en verdraag met blijdschap het lijden dat Hij u genadig toebedeelt. Vertrouw op Hem en Hij zal uw ziel redden.’ En als een liefdevolle vader gaf hij de geestelijken om hem heen moed, zeggende: ‘Broeders, wees vol goede moed. Vreest hen niet, die wel het lichaam doden, maar niet de ziel die voor eeuwig leeft. Verblijdt u in de Here; vestig uw hoop op God, want Hij zal u zonder talmen uw beloning van eeuwige gelukzaligheid schenken en u een woning bij de engelen in de hemel geven. Wees geen slaven van de voorbijgaande genoegens van deze wereld. Laat u niet verleiden door de ijdele vleierij van de heidenen, maar verdraag met standvastig gemoed de plotselinge aanval van de dood. Want dan zult u met Christus heersen tot in eeuwigheid!’
Met deze woorden wist hij zijn leerlingen aan te moedigen om de kroon van het martelaarschap te aanvaarden. De uitzinnige menigte van heidenen stormde plotseling op hen toe met zwaarden en allerlei oorlogszuchtige wapens. Hun lichamen werden gekleurd door hun kostbare bloed..

(Het boek waarmee Bonifatius zich zou hebben beschermd tegen de zwaardslagen van zijn belagers.)

zondag 25 mei 2014

Verdichting

Het is een stralende dag met nauwelijks bewolking. Olivier van Keulen schrijft dat het achthonderd jaar geleden soortgelijk weer was, toen de kruisen in de lucht verschenen. De opnamen binnen zijn vlot verlopen en nu willen we hier in Bedum nog snel wat extra materiaal draaien:

-'Ik weet niet of ik dat shot wel kan maken, met zoveel tegenlicht.' 
-'Van welke omroep zijn jullie?'
-'Die kikkers kwaken wel érg luid.. Dat blijf je horen.'
-'Kun je dat nog eens doen? Die fietser reed net door het beeld.'
-'Wacht even tot die brommers voorbij zijn.'
-'Ben je bijna klaar, ik voel hooikoorts opkomen.'
-'We komen toch niet op de film wel?'

Bij het schrijven van zijn spectaculaire verhaal over de kruisverschijningen, heeft Olivier de werkelijkheid vast een handje geholpen. Dat verwijt ik hem niet. Wij hebben Avid, Adobe Premiere of desnoods iMovie, zodat niemand straks ziet hoe ik heb staan stamelen en prutsen in die moestuin achter de kerk.

(De moestuin van Bedum, die even dienst deed als 'veld-naast-de-kerk-waar-gepredikt-werd'.)

zaterdag 17 mei 2014

De eerste aanval

In mijn editie van 'De verovering van Damiate' door Olivier van Keulen, staat een notitie dat ik het boekje in 2010 gekocht heb. De eerste keer dat ik het boekje las, was al veel eerder; ergens in de tweede helft van de jaren '90. Het hoeft dus niet te verbazen dat ik bepaalde passages erg goed ken:

'De hertog van Oostenrijk en de Hosptaalridders bevestigden twee ladders op twee schepen. De Ridders van de Duitse Orde en de Friezen brachten een derde schip in gereedheid, met borstweringen en een klein fort boven in de mast. (..) De ladders van de hertog en de Hospitaalridders werden rond 24 juni tegen de toren gericht en de Saracenen verdedigden haar manhaftig. De ladder van de Hospitaalridders werd vernield en stortte neer met de mast en sleurde de strijders mee. De ladder van de hertog begaf het op ongeveer het zelfde moment. Zo werden strijdvaardige en goed bewapende mannen ten hemel gevoerd. Hun lichamen werden weliswaar gebroken, maar hun ziel werd gekroond met het heerlijke martelaarschap. De Egyptenaren verheugden zich en bespotten ons luidkeels. Ze schreeuwden luidkeels, ze sloegen op trommels en bliezen op horens.'

Deze voor mij zo bekende scène zie ik dankzij Jouke's hand, sinds enkele dagen met geheel nieuwe blik. Ik sta te popelen om te zien hoe dit afloopt.

(De eerste poging om de Kettingtoren te veroveren - Jouke Nijman) 





zondag 6 april 2014

Bedacht verleden

Bij tijden kan ik helemaal opgaan in het verleden. Ik zie dan hondenkarren door de straten trekken, in oude huizen wordt ik omgeven door generaties bewoners en verkeersknooppunten kunnen gemakkelijk plaats maken voor een vroegere boerderij. 

Op gelijke wijze reizen ook de Friese pelgrims al jaren met me mee. In Dokkum ben ik meerdere malen toehoorder geweest bij de kruistochtpreek van Olivier van Keulen. Daarbij heb ik zelfs de kruisverschijningen in de lucht gezien. Bij Zoutkamp en Dokkumer Nieuwe Zijlen zie ik herhaaldelijk een vloot koggen klaar liggen voor vertrek. De zelfde vloot zie ik voor de Zuid Hollandse kust varen en ik heb ze ook al eens bij Kaap Sint-Vincent en voor Almeria gezien. Natuurlijk is het verleden bij tijden ook weerbarstig. Dan toont het zich niet zonder meer en moet ik op zoek. Zo heb ik eens een hele tijd zitten schrijven met een doos op mijn hoofd waar enkel kijkgaatjes in zaten, om te ervaren hoe het is om een helm te dragen.

In reactie hierop wordt wel eens gevraagd of ik niet in 'die tijd' zou willen leven. Maar nee. Het moet vreselijk zijn een zwaar harnas te dragen dat schuurt en wringt. En als je dan jeuk krijgt, kun je niet krabben. Mijn verbeelding is me echt genoeg.

(Armored Knight Hoodie. met dank aan Sandro K.)

dinsdag 18 februari 2014

Teruggebracht

Olivier van Keulen komt in 1214 naar Groningen en Friesland en hij roept de bevolking op om over drie jaar op Kruistocht te gaan. Uit zijn eigen brieven en verslagen blijkt dat hij in het begin geen gehoor vindt bij de Noorderlingen. Pas als tijdens zijn preken in Bedum, Surhuizum en Dokkum Hemelse kruisen verschijnen, stromen de pelgrims in grote getale toe.

Van enkele van deze pelgrims weten we iets meer. Zo is er een gerechtsdienaar met een alcoholprobleem, die geregeld zijn vrouw slaat. Op enig moment veinst de vrouw dat ze ziek is, om zo aan de misdragingen van haar man te ontkomen. Maar wanneer er een priester verschijnt om haar te zegenen, krijgt deze ook klappen van de dronkaard. De godsman laat prompt zijn meegebrachte hosties op de grond vallen. En om vergeving te krijgen voor dit verschrikkelijke feit, gaan beide mannen als boetedoening op Kruistocht. Een andere pelgrim onderneemt de reis juist bij wijze van dank, omdat hij na een ernstige ziekte is komen te overlijden en door tussenkomst van de zalige Frederik van Hallum weer tot leven is gewekt. Zo heeft iedere pelgrim; iedere Kruisvaarder; iedere strijder zijn eigen redenen om op reis te gaan naar het Heilige Land en Jeruzalem te willen veroveren op de Saracenen. 

En dan jaren later.. Hoe is het dan om weer thuis te komen? De mannen zijn in Egypte geweest en Jeruzalem hebben ze nooit gezien. Hoeveel is er nog over van hun idealen en hoeveel van hun kameraden hebben ze onderweg moeten begraven? Jouke Nijman schetst een sfeervolle impressie van de thuiskomst.

(Tekening: Jouke Nijman)