Posts tonen met het label Straat van Gibraltar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Straat van Gibraltar. Alle posts tonen

zondag 22 oktober 2017

15 tot 21 augustus 1217 - De vliegende storm

Al vanaf zeven augustus hopen de Friezen op een gunstige wind die hen door de Straat van Gibraltar zal voeren. Dan eindelijk op 14 augustus draait de wind. Maar al snel hebben de Friezen meer meewind dan hen lief is..

Toen wij dan op Maria Hemelvaart (15 augustus) door de vleugels van de Westenwind, die uit zijn gevangenis was losgelaten, werden opgenomen, leek het wel of we niet zeilden maar vlogen, zozeer dat degenen die vaak aan boord van schepen waren geweest en op zee gewerkt hadden, zwoeren dat ze nooit door zulke woedende elementen en zulke ontzaglijke stormen waren voortgedreven. Nadat wij door de jagende winden Spanje, dat degenen die naar Barcelona varen altijd voor ogen moeten houden, uit het zicht hadden verloren, kwamen we op de vierde dag bij het eiland Ibiza aan. Toen we daar bemerkten dat we uit koers waren geraakt, wendden we de steven naar het vasteland en kwamen op de derde dag (21 augustus) in de stad Tortosa aan, waar de rivier de Ebro, de grens van de heidenen en het uiterste gebied van de gelovigen, met zijn zoete water in zee stromend, de bitterheid vermindert en het water drinkbaar maakt.

Er is een daverende storm opgestoken en de kogge wordt als een razende voort geblazen. De uitdrukking die onze onbekende pelgrim gebruikt is daarbij veelzeggend: Het is voor hem alsof ze vliegen. Ik vind dit een fascinerende uitdrukking. Waar denkt onze pelgrim aan als hij die uitdrukking gebruik?

Straaljagers knallen door de geluidsbarrière en zelf nemen wij lijnvluchten naar alle uithoeken van de wereld. In de auto vlieg ik 's nachts met snelheden ruim boven de 130 km/u over de Afsluitdijk. De trein dendert als een gele flits door het landschap. Scooters rijden je in vliegende vaart van de sokken. Wielrenners vliegen je voorbij op het fietspad. En het wereldrecord 100 meter hardlopen staat op 9.58 seconden!

Het snelste vervoermiddel dat de kruisvaarders in de 13e eeuw kennen is het paard. En de gemiddelde snelheid van een galopperend paard ligt tussen de 40 en 48 kilometer per uur. Dat is de snelheid die goede amateurwielrenners tegenwoordig op hun zaterdagse rondje kunnen halen! Wat ik daarom veelzeggender vind, is dat de ervaren zeelieden aan boord onder ede verklaren dat zij nog nooit zo'n woedende storm hebben meegemaakt. 

Uiteindelijk komen de elementen weer tot bedaren. Nog een laatste maal zien de Friezen een vijandige kust; Ibiza. En dan bereiken ze eindelijk de veilige haven van Tortosa. Daar zullen zij de volgende keer terugkijken op hun hachelijke avontuur.


(..leek het wel of we niet zeilden maar vlogen..)

maandag 25 september 2017

14 augustus 1217 - De Straat van Gibraltar

Vanaf hun vertrek uit Lissabon zijn de Kruisvaarders nu 19 dagen onderweg en eindelijk hebben ze de wind mee:

Op de derde dag (14 augustus) hesen we dan de zeilen en voeren omstreeks zonsondergang op dezelfde dag de woeste zeeëngte binnen, waar men links en rechts zonder moeite Europa en Afrika met hoog ten hemel oprijzende bergen kan zien. Daar liggen de Afrikaanse stad Mutemuda (Quasr-es-Seghir) en de Spaanse vesting Tarifa aan de westzijde van het gebergte recht tegenover elkaar, zodat het voor het scheepverkeer een zeer korte oversteek is. In het oosten ziet men de stad Ceuta in Afrika liggen, recht daartegenover ligt Malaga in Spanje.

Volgens mij is het deze maand op de kop af twintig jaar geleden dat ik deze passage voor het eerst las. Het was voor een paper bij het kernvak 'Internationale Organisaties in de Middeleeuwen'. Mijn verhaal moest gaan over de rol en positie van het Friese contingent binnen het internationale geheel van de Kruistocht. Maar wat mij na het lezen van deze passage veel meer interesseerde, was de filmische kwaliteit van het verhaal.

Nog altijd zie ik bij het lezen van dit stukje levendig voor mij hoe de kogge van onze anonieme pelgrim tegen het vallen van de avond de Straat van Gibraltar binnenvaart. Heel zakelijk wordt ons verteld welke steden links en rechts zijn te zien. Dit beeld krijgt drama als je bedenkt dat het allemaal vijandelijke steden zijn. 

Net zoals de Kruisvaarders de steden aan weerszijden zien liggen, worden zij zelf ook vanaf het land geobserveerd. Enkele dagen eerder is al een vloot van ruim tachtig schepen door de zeestraat gekomen. Dat zal de steden in staat van paraatheid gebracht hebben. En nu komt dit éne scheepje, klein en kwetsbaar voorbij. Vastberaden vaart het bij het licht van de ondergaande zon de bek van de leeuw binnen.

Dergelijke dramatische beelden waren in mijn paper niet op hun plek. In plaats daarvan gaf ik mijn werkstuk een pretentieuze ondertitel, die ik met geen mogelijkheid waar kon maken: 'Een dialoog tussen primaire en secundaire literatuur'. Dat al mijn moeite uiteindelijk niet meer dan een mager zesje verdiende, was een grote teleurstelling. Maar mijn liefde voor het verhaal bleef. 

Sindsdien heeft op de hoek van mijn werktafel altijd een stapeltje artikelen en boeken over de Kruistocht gelegen. 'Daar ga ik nog eens iets mee doen' dacht ik als ik er naar keek. En dat vertelde ik ook aan iedereen die het wilde horen.

En nu, twintig jaar later ben ik dus weer terug bij de Straat van Gibraltar. Lange tijd heb ik plannen gemaakt voor een documentaireserie over de Kruistocht; ik heb overwogen een boek te schrijven en ik heb twee verschillende versies van het stripscenario geschreven. Roelof Wijtsma heeft de hoofdpersonen Jelmer en Hendrik tot leven gewekt en momenteel werkt hij op verzoek van een uitgever aan twee proefpagina's.

De Kruisvaarders laten de Atlantische Oceaan achter zich en kijken reikhalzend uit naar wat hen op de Middellandse zee te wachten staat.

('..zodat het voor het scheepverkeer een zeer korte oversteek is.')

zaterdag 20 september 2014

Herfst in Lissabon

Wanneer ik me langere tijd met een historisch onderwerp bezig houdt, dan zal ik me er vroeg of laat mee gaan identificeren. In Bedum en Surhuizum heb ik Olivier van Keulen horen preken en aan de Zuidhollandse kust zie ik regelmatig een vloot koggen voorbijvaren. 

Op 18 augustus 1217 komen de Friezen aan in Tortosa, tussen València en Barcelona. Na Lissabon hebben ze uitsluitend langs vijandelijke kusten gevaren en nu laten ze eindelijk het gevaarlijkste deel van hun reis achter zich. Vanaf hier kunnen ze weer vrij iedere haven binnen varen om water, voedsel en andere benodigdheden in te slaan. In de buurt van Toulon nemen de pelgrims twee weken rust, om weer op krachten te komen. En op 17 september is de Friese vloot in de buurt van Nice. Op hun gemak varen de pelgrims verder en op 9 oktober gaat Hendrik -de schrijver van de reisverslag- met zijn reisgenoten voor anker in het Italiaanse Corneto. Daar zullen ze overwinteren. Een periode van rust, voldoende eten en toeristische uitstapjes staat hen te wachten. De ontberingen die achter hen liggen en de avonturen die nog op hen wachten, lijken de komende maanden oneindig ver weg. En dít is het punt waar ik in het verhaal even afhaak. 
Voor mij zijn september en oktober juist een periode van urgentie en dadendrang. Iedere mooie dag kan voorlopig de laatste zijn. Niets mag ongemerkt voorbij gaan. Op nevelige ochtenden wordt ik geroepen door onbekende verten. Voorbij de horizon liggen nog avonturen op me te wachten. Voor je het weet is het te laat en trekt de winter zijn deken van koude en duisternis over ons. Ik wil doorgaan!

Maar is dit allemaal wel waar? Wil ik wérkelijk verder reizen dan mijn 13e eeuwse reisgenoten? Misschien is het wel juist andersom: Ik heb besloten om in Lissabon achter te blijven, terwijl de Friese pelgrims het avontuur zijn aangegaan. Nu sta ik op een verlaten kade en ik weet dat het vaarseizoen voorbij is. De Straat van Gibraltar zal ik dit jaar met geen mogelijkheid meer kunnen passeren.  

(Gezicht op Lissabon van kort na 1500.)