Posts tonen met het label kogge. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kogge. Alle posts tonen

maandag 19 juni 2017

11/16 juni 1217 - A Coruña

Nu wij Jelmer, de hoofdpersoon van het verhaal hebben leren kennen, hervatten we de achtervolging. De pelgrims zijn op weg naar A Coruña en daar zullen wij hen over een paar dagen bijhalen:

We verlieten de haven van Sint-Mattheüs en hesen onze zeilen voor de Noordenwind, die met al zijn verwanten een geschikte metgezel is voor degenen die op weg zijn naar Lissabon. Onder een gunstige maar wel wat matige wind kwamen we de volgende vrijdag (16 juni) in de buurt van Fare (A Coruña), een vrij welvarende stad in Galicië, die een beschutte haven heeft, herkenbaar aan een hoge toren die door Julius Caesar is gebouwd.

Dat de vloot recht door de Golf van Biskaje vaart, lijkt op het eerste gezicht logisch, maar dat is het niet per se. Een kleine dertig jaar eerder, varen Kruisvaardersvloten uit het noorden nog veilig langs de Franse kust naar Spanje. Een kogge van zo'n vijfentwintig meter lang, met een even zo hoge mast, is in een storm immers een gemakkelijke prooi voor wind en golven. Volgens 13e eeuwse reisgidsen kan de overtocht in drie dagen voltooid worden, maar nu de wind het laat afweten, dobberen de pelgrims twee dagen langer op open zee; twee dagen waarin de watervoorraad slinkt en het weer om kan slaan..
 
Dan eindelijk op de vijfde dag, doemt de Spaanse kust op en kan de vloot veilig voor anker gaan in de haven van A Coruña. Op het moment dat de Friezen A Coruña bezoeken, maakt de stad juist een periode van sterke economische groei door en zoals we lezen, blijft dit niet onopgemerkt. In 1208 heeft koning Alfons IX de stad 'hersticht' en een aantal belastingvrijstellingen gegeven. In korte tijd groeit de stad hierdoor uit tot een belangrijk centrum van handel en visserij. In de haven is het een drukte van belang en in de stad is de bedrijvigheid al niet minder. 

De bewoners van A Coruña weten dat geld moet rollen en zijn druk bezig met het verfraaien van hun stad. Het meest in het oog springt daarbij de kerk van de Heilige Jacobus aan de Calle de Parrote. De afgelopen jaren is flink aan deze kerk verbouwd en over iets meer dan een maand zal het nieuwe voorportaal gewijd worden. 

In de late namiddag van vrijdag 16 juni kunnen de pelgrims na al die tijd op zee nog even wat passagieren. En misschien leggen werklieden wel juist de laatste hand aan het portaal van de Jakobskerk, terwijl de Friese pelgrims er langs wandelen.

(Het voorportaal van de Iglesia de Santiage met in het midden Sint Jacobus te paard.)

vrijdag 3 februari 2017

In de wolken

Hoe begint de volgende scène? Het gaat om Jelmer en Meester Olivier. En ik weet ook al wat de mannen gaan zeggen. Maar waar zijn ze op dat moment? Terwijl ik hier over nadenk, vult mijn kamer zich met vluchtige dampen.

Eindelijk heb ik de rust en de tijd om het bouwpakket van de kogge in elkaar te zetten. Iedere dag probeer ik een klein stukje te doen. Eerst plak ik de romp in elkaar met een agressieve lijm die scherp amandel-achtig ruikt. De plastic delen die er mee in contact komen, smelten een beetje en zitten daarna onlosmakelijk vast. Vervolgens schilder ik het geheel. De handleiding spreekt over een verfmengsel van 'bruin mat 85' en 'roest mat 83' in een verhouding van 3:1. Maar ik kies voor een dik geschilderde ondergrond waarop ik met heel veel wasbenzine en drie verschillende kleuren 'aquarelleer' tot ik een geloofwaardige houtkleur heb. Iedereen begrijpt dat je zoiets in een goed geventileerde kamer moet doen en zelfs dan nog niet te lang achter elkaar.

Bij de zoveelste sterk verdunde verflaag, dalen mijn gedachten door een luik af naar het ruim van het schip. Het ruikt er naar hars en pek en daar is Jelmer aan het werk. Plots hoort hij Olivier roepen: 'Jelmer! Het is ons gelukt!'

 (Ideale omstandigheden voor een brainwave)

zaterdag 28 juni 2014

De vloot in cijfers


Over de koggen waarmee de pelgrims op reis gaan is vrij veel bekend. In getallen ziet het plaatje er als volgt uit:

Het aantal Friese koggen dat naar Egypte vertrekt, ligt rond de vijftig. Naast de kapitein is een bemanning van twaalf man nodig om het schip dag en nacht te laten varen. Tijdens de lange reis treedt slijtage op en gaan dingen kapot. Daarom worden drie extra roeren, twee reserve zeilen, een extra tuig en dertien ankers meegenomen. Gerekend naar het laadvermogen van een kogge van twintig meter lang en acht meter breed (op de waterlijn) met een laadvermogen van twintig ton, is aan boord naast de bemanning nog ruimte voor dertig pelgrims, hun voedsel en hun bagage. Op het dek zijn tenten neergezet, zodat het ruim zo veel mogelijk kan worden volgestouwd. De uitrusting per persoon weegt zo’n vijftig kilo en daarnaast wordt droog voedsel voor een jaar meegebracht. Tenslotte moet steeds voldoende water aan boord zijn voor enkele dagen: twee liter per persoon per dag.

En de kunst is nu, om al deze feiten als een soort bouwpakket samen te voegen tot een vloot die aan je geestesoog voorbij trekt, op weg naar de geschiedenis.

(Stukje bij stukje plak ik de geschiedenis in elkaar.)

maandag 24 februari 2014

De Achterblijver

Je werkt in een kantoortoren op zeventien hoog; in een wereld van glas en staal, met computers en mobiele telefoons. Hier lijk je eindeloos ver verwijderd van dat stelletje Friezen dat ooit op Kruistocht ging.

Kijk daar aan de horizon, daar zie je de Noordzee. En dat stipje daar rechts, dat is een zeilschip. Of nee.. Het zijn twee, drie, vier.. Het is een hele vloot! Wel meer dan vijftig koggen zijn gisteren vertrokken vanaf de Lauwers, op weg naar Dartmouth. Daar zullen de schepen zich voegen bij de rest van het leger, afkomstig uit Holland, Vlaanderen, Engeland, Scandinavië en Duitsland. Dan gaan ze op weg naar het Heilige Land. Maar nu varen ze nog hier, langs de Zuid Hollandse kust. De schippers zorgen dat ze aan bakboord steeds land in zicht houden, maar wel ver genoeg van de kust blijven om niet per ongeluk vast te lopen. De pelgrims hebben het zichzelf gemakkelijk gemaakt. De eersten aan boord hebben tenten op het dek gemaakt. Daar zullen ze de rest van de reis slapen en schuilen. Wie te laat was, moet het doen met een krap, bedompt plekje in het ruim. De sfeer aan boord is opgewekt en vrolijk. De lucht is helder en de wind gunstig.

Op het strand staan enkele vissers en van achter mijn bureau heb ik me bij hen gevoegd. Eens zullen ook wij op reis gaan; onze idealen achterna.