maandag 3 november 2014

Saladin in Buzancy

Jarenlang heb ik Buzancy in de Franse Ardennen enkel gekend als één van die vele plaatsjes waar het leven onherroepelijk uit weg trekt. Talrijke keren ben ik er doorheen gereden zonder te weten hoezeer haar geschiedenis vervlochten is met de Kruistochten:

In 1190, tijdens de Derde Kruistocht wordt Ogier d'Anglure gevangengenomen door Saladin. De 'Gesel van de Christenen' blijkt erg gesteld op zijn gevangene en staat hem zelfs toe om naar huis te reizen, om op zijn woord van eer terug te keren met het vereiste losgeld. Maar eenmaal terug in de Champage-streek krijgt Ogier niet het benodigde geld van zijn familie. Velen zouden zich op zo'n moment niet langer verplicht voelen om hun gelofte na te komen. Maar Ogier aarzelt geen moment en reist terug naar het Heilige Land, waar hij zich weer als gevangene meldt bij Saladin. Deze is zeer geroerd door zoveel eerlijkheid en geeft Ogier zijn vrijheid terug. Wel stelt Saladin hieraan enkele voorwaarden: Ogier en zijn nageslacht moeten de naam Saladin in ere houden; voortaan zal hij een maansikkel in zijn wapen dragen én Ogier moet thuis een Islamitische gebedsplaats bouwen.

En laat Ogier d'Anglure nu ook heer van Buzancy geweest zijn! Het wapen van dit stadje zit nog altijd vol maansikkels en langs de kerk loopt de 'Rue du Mahomet', waaraan tot 1927 een Islamitisch gebedshuis stond. 

(Nu staat er een basisschool op de plek waar eens de Mahomet stond.)

zaterdag 20 september 2014

Herfst in Lissabon

Wanneer ik me langere tijd met een historisch onderwerp bezig houdt, dan zal ik me er vroeg of laat mee gaan identificeren. In Bedum en Surhuizum heb ik Olivier van Keulen horen preken en aan de Zuidhollandse kust zie ik regelmatig een vloot koggen voorbijvaren. 

Op 18 augustus 1217 komen de Friezen aan in Tortosa, tussen València en Barcelona. Na Lissabon hebben ze uitsluitend langs vijandelijke kusten gevaren en nu laten ze eindelijk het gevaarlijkste deel van hun reis achter zich. Vanaf hier kunnen ze weer vrij iedere haven binnen varen om water, voedsel en andere benodigdheden in te slaan. In de buurt van Toulon nemen de pelgrims twee weken rust, om weer op krachten te komen. En op 17 september is de Friese vloot in de buurt van Nice. Op hun gemak varen de pelgrims verder en op 9 oktober gaat Hendrik -de schrijver van de reisverslag- met zijn reisgenoten voor anker in het Italiaanse Corneto. Daar zullen ze overwinteren. Een periode van rust, voldoende eten en toeristische uitstapjes staat hen te wachten. De ontberingen die achter hen liggen en de avonturen die nog op hen wachten, lijken de komende maanden oneindig ver weg. En dít is het punt waar ik in het verhaal even afhaak. 
Voor mij zijn september en oktober juist een periode van urgentie en dadendrang. Iedere mooie dag kan voorlopig de laatste zijn. Niets mag ongemerkt voorbij gaan. Op nevelige ochtenden wordt ik geroepen door onbekende verten. Voorbij de horizon liggen nog avonturen op me te wachten. Voor je het weet is het te laat en trekt de winter zijn deken van koude en duisternis over ons. Ik wil doorgaan!

Maar is dit allemaal wel waar? Wil ik wérkelijk verder reizen dan mijn 13e eeuwse reisgenoten? Misschien is het wel juist andersom: Ik heb besloten om in Lissabon achter te blijven, terwijl de Friese pelgrims het avontuur zijn aangegaan. Nu sta ik op een verlaten kade en ik weet dat het vaarseizoen voorbij is. De Straat van Gibraltar zal ik dit jaar met geen mogelijkheid meer kunnen passeren.  

(Gezicht op Lissabon van kort na 1500.)

zondag 14 september 2014

Basisonderwijs voor gevorderden

Deze zondag staat een college over de Friezen op Kruistocht geprogrammeerd bij de 'Museum Jeugd Universiteit'. Ruim vijftig kinderen tussen de 9 en 13 zijn naar het provinciaal archief gekomen om het avontuur mee te beleven.

Wanneer ik van wal steek valt gelijk op hoeveel deze kinderen al over het onderwerp weten. Vingers gaan de lucht in en antwoorden worden gegeven: -'Het was een oorlog tussen Christenen en Moslims.' -'De Kruisvaarders trokken van dorp naar dorp en zo werd het leger steeds groter.' -'Wie Jeruzalem veroverde was een held.' En: 'Ze dachten dat het van God moest.' Na de eerste kennismaking met het onderwerp ga ik meer specifiek op de Friezen in en opnieuw zijn er kinderen die de goede antwoorden kennen: -'Ridders met harnassen op paarden waren te zwaar voor de Friese modder.' En: -'Ze hadden kleren van dikke lagen leer'. Wanneer ik een plaatje van een schip laat zien, meldt een jochie in de zaal gelijk dat het een 'kogge' is. Met enthousiasme bereiken we Damiate. Ook daar doorzien de kleine bollebozen snel het probleem: -'Voor je de stad kunt omsingelen moet je eerst die toren aanvallen!' En zo gaat het voort. Gelukkig kennen de kinderen vooral veel feitjes en lijkt de geschiedenis als geheel nieuw voor ze. 

Naderhand komt een knulletje van een jaar of 10-11 naar me toe voor een praatje: 'Ik heb dit verhaal wel eens op de computer gespeeld. Ik moest ook die toren op een schip bouwen. Maar dat heb ik toen niet gedaan. Ik ben gewoon gaan zwemmen, omdat ik toch kleren van leer had. Alleen werd ik aan de overkant gedood door de vijand.' Wanneer ik belangstellend doorvraag is het antwoord ontnuchterend: 'Nee, dat is een level dat ik zelf heb gemaakt.'

(Screenshot van het spel 'Medieval II; Total War')

zondag 27 juli 2014

Het slechte voorbeeld van boer Godschalk

Wanneer je met zijn duizenden bijeen komt om naar een begenadigd spreker te luisteren en er verschijnen ook nog eens kruisen in de lucht, dan kan ik me voorstellen dat je tot radicale keuzes komt. Maar na een paar dagen zal de bezieling van dat moment toch wel wat gaan vervagen en dan heb je nog maanden, of zelfs jaren de tijd om een excuus te bedenken om toch maar niet op Kruistocht te gaan. 

Godschalk is een rijke boer uit de omgeving van Rhenen. Op aandringen van zijn omgeving neemt hij in 1216 het kruis aan. Maar nadien koopt hij zijn gelofte weer af onder het voorwendsel dat hij te arm is om op kruistocht te gaan. Prompt vergroot Godschalk zijn zonde door in een taveerne pelgrims te bespotten: 'Jullie stommelingen gaan overzee, geven je vermogen uit en stellen je leven bloot aan veel gevaren. En ik die bij vrouw en kinderen thuisblijf, zal met de vijf marken waarmee ik mijn kruisgelofte heb afgekocht, net zo'n loon ontvangen als jullie!' Dat dit een grote vergissing is, blijkt al snel wanneer Godschalk op een nacht wakker wordt gemaakt door de duivel die de boer met twee zwarte paarden komt halen. Eerst moet Godschalk nog zijn inderhaast omgeslagen jas afwerpen omdat daar het kruisteken opgenaaid zit, dat bij zijn gelofte hoort. Dan reizen ze samen naar de hel, waar de leugenaar een zetel van vuur getoond wordt. Daarop zal hij voor zijn bedrog en godslastering eeuwig moeten zitten. Maar eerst wordt hij nog drie dagen teruggestuurd naar de aarde, om ieder die het horen wil te vertellen over zijn aanstaande lot.

Uiteraard is Godschalk gestorven zonder berouw te tonen of een beroep te doen op Gods genade. Hij heeft zijn plek in de hel ingenomen en dient daarmee voor eeuwig als waarschuwend voorbeeld voor alle pelgrims die ten onrechte van hun gelofte af willen wijken. 

(De hel, verbeeld in de kathedraal van Santa Maria Assunta op het eilandje Torcello bij Venetië)

woensdag 16 juli 2014

De droom van een cartograaf

Al eerder heb ik verteld over mijn zoektocht naar het 13e-eeuwse Damiate. Van de oude stad staat zo goed als geen steen meer overeind. Gelukkig zijn er een paar beschrijvingen en verder laat ik me inspireren door wat ik leer over andere steden.

Vorige week stuitte ik onverwachts op enkele 17e eeuwse afbeeldingen van Basra, aan de Eufraat. De ligging en het ommuurde karakter van de stad aan het water maakt voor mij een vergelijking met Damiate voor de hand liggend. Op de tekeningen verkeert Basra in een vervallen staat, maar er blijft toch voldoende bruikbare informatie over. Het eerste dat me opvalt is de vele begroeiing rond de stad. Op de een of andere manier stel ik me de omgeving van Damiate altijd voor als een combinatie van woestijn en moeras, maar realistischer is om te verwachten dat in de omgeving veel boomgaarden te vinden zijn, die met het oog op de belegering van de stad door de Egyptenaren vernield zijn. Verder tel ik dat het aantal van 22 bastions en 28 versterkte posten op de muren van Damiate niet overdreven veel is. Ook merk ik enkele architectonische details op en aan het stadsgezicht zie ik dat een lange hoge muur langs het water inderdaad heel hermetisch overkomt.

Het opmerkelijkst is echter dat de tekenaar van deze platen de stad zelf nooit heeft gezien. Isaak de Graaf heeft alle benodigde informatie uit reisverslagen van VOC-kapiteins gehaald. Zelf is hij gedurende zijn leven nauwelijks buiten Amsterdam geweest. Bij nadere beschouwing zijn het daarom niet de stadsgezichten die voor mij het meest leerzaam zijn. Het is is de werkwijze van de kaartenmaker die in zijn werkkamer eindeloos verre werelden tot leven brengt.

(Nationaal Archief_4.VEL_863)


zondag 6 juli 2014

De superheld al-Adil

Sultan al-Adil heerst over Egypte op het moment dat de Friezen Damiate aanvallen. Omdat ik wil dat de feiten in de strip straks zo veel mogelijk kloppen, worstel ik me door een oersaai Duits boek over deze sultan en over zijn zoon al-Kamil. Dat je ook heel anders met de geschiedenis om kunt gaan, bewijst de synopsis van Marvel Fanfare comic 52:

Op 12 juli 1191 ligt sultan al-Adil schijnbaar dood tussen zijn strijdmakkers op het slagveld. Wanneer een Engelse soldaat echter zijn zwaard wil pakken, slaat hij de man neer. De sultan springt van een klif en ontsnapt op een gestolen paard, maar de Black Knight achtervolgt hem. In een oase treffen de mannen elkaar en er ontspint zich een groots gevecht. Al-Adil gebruikt veel gemene trucs en uiteindelijk staan beide mannen uitgeput en ongewapend tegenover elkaar. Juist op dat moment verschijnt het wrede Heuvelvolk, dat de twee strijders gevangenneemt. Al-Adil en de Black Knight worden naar een geheime grot geleid waar ze door een priester geofferd zullen worden aan het monster  Moloch. Met het oog op hun gruwelijk lot weten de twee helden gelukkig hun onderlinge geschillen opzij te zetten en gezamenlijk verslaan ze Moloch. Eenmaal weer in vrijheid willen de mannen eerst nog hun onafgeronde gevecht hervatten. Maar in ware superhelden-traditie zien ze in dat dit niet langer gepast is, na het zojuist gezamenlijk doorstane avontuur. Al-Adil en de Black Knight keren ieder naar hun eigen troepen terug. 

Wie weet duikt de Black Knight straks nog ergens op in de achtergrond van een grote veldslag voor de poorten van Damiate..


(Al-Adil en de 'Black Knight' in gevecht met Moloch.)

zaterdag 28 juni 2014

De vloot in cijfers


Over de koggen waarmee de pelgrims op reis gaan is vrij veel bekend. In getallen ziet het plaatje er als volgt uit:

Het aantal Friese koggen dat naar Egypte vertrekt, ligt rond de vijftig. Naast de kapitein is een bemanning van twaalf man nodig om het schip dag en nacht te laten varen. Tijdens de lange reis treedt slijtage op en gaan dingen kapot. Daarom worden drie extra roeren, twee reserve zeilen, een extra tuig en dertien ankers meegenomen. Gerekend naar het laadvermogen van een kogge van twintig meter lang en acht meter breed (op de waterlijn) met een laadvermogen van twintig ton, is aan boord naast de bemanning nog ruimte voor dertig pelgrims, hun voedsel en hun bagage. Op het dek zijn tenten neergezet, zodat het ruim zo veel mogelijk kan worden volgestouwd. De uitrusting per persoon weegt zo’n vijftig kilo en daarnaast wordt droog voedsel voor een jaar meegebracht. Tenslotte moet steeds voldoende water aan boord zijn voor enkele dagen: twee liter per persoon per dag.

En de kunst is nu, om al deze feiten als een soort bouwpakket samen te voegen tot een vloot die aan je geestesoog voorbij trekt, op weg naar de geschiedenis.

(Stukje bij stukje plak ik de geschiedenis in elkaar.)