woensdag 16 juli 2014

De droom van een cartograaf

Al eerder heb ik verteld over mijn zoektocht naar het 13e-eeuwse Damiate. Van de oude stad staat zo goed als geen steen meer overeind. Gelukkig zijn er een paar beschrijvingen en verder laat ik me inspireren door wat ik leer over andere steden.

Vorige week stuitte ik onverwachts op enkele 17e eeuwse afbeeldingen van Basra, aan de Eufraat. De ligging en het ommuurde karakter van de stad aan het water maakt voor mij een vergelijking met Damiate voor de hand liggend. Op de tekeningen verkeert Basra in een vervallen staat, maar er blijft toch voldoende bruikbare informatie over. Het eerste dat me opvalt is de vele begroeiing rond de stad. Op de een of andere manier stel ik me de omgeving van Damiate altijd voor als een combinatie van woestijn en moeras, maar realistischer is om te verwachten dat in de omgeving veel boomgaarden te vinden zijn, die met het oog op de belegering van de stad door de Egyptenaren vernield zijn. Verder tel ik dat het aantal van 22 bastions en 28 versterkte posten op de muren van Damiate niet overdreven veel is. Ook merk ik enkele architectonische details op en aan het stadsgezicht zie ik dat een lange hoge muur langs het water inderdaad heel hermetisch overkomt.

Het opmerkelijkst is echter dat de tekenaar van deze platen de stad zelf nooit heeft gezien. Isaak de Graaf heeft alle benodigde informatie uit reisverslagen van VOC-kapiteins gehaald. Zelf is hij gedurende zijn leven nauwelijks buiten Amsterdam geweest. Bij nadere beschouwing zijn het daarom niet de stadsgezichten die voor mij het meest leerzaam zijn. Het is is de werkwijze van de kaartenmaker die in zijn werkkamer eindeloos verre werelden tot leven brengt.

(Nationaal Archief_4.VEL_863)


zondag 6 juli 2014

De superheld al-Adil

Sultan al-Adil heerst over Egypte op het moment dat de Friezen Damiate aanvallen. Omdat ik wil dat de feiten in de strip straks zo veel mogelijk kloppen, worstel ik me door een oersaai Duits boek over deze sultan en over zijn zoon al-Kamil. Dat je ook heel anders met de geschiedenis om kunt gaan, bewijst de synopsis van Marvel Fanfare comic 52:

Op 12 juli 1191 ligt sultan al-Adil schijnbaar dood tussen zijn strijdmakkers op het slagveld. Wanneer een Engelse soldaat echter zijn zwaard wil pakken, slaat hij de man neer. De sultan springt van een klif en ontsnapt op een gestolen paard, maar de Black Knight achtervolgt hem. In een oase treffen de mannen elkaar en er ontspint zich een groots gevecht. Al-Adil gebruikt veel gemene trucs en uiteindelijk staan beide mannen uitgeput en ongewapend tegenover elkaar. Juist op dat moment verschijnt het wrede Heuvelvolk, dat de twee strijders gevangenneemt. Al-Adil en de Black Knight worden naar een geheime grot geleid waar ze door een priester geofferd zullen worden aan het monster  Moloch. Met het oog op hun gruwelijk lot weten de twee helden gelukkig hun onderlinge geschillen opzij te zetten en gezamenlijk verslaan ze Moloch. Eenmaal weer in vrijheid willen de mannen eerst nog hun onafgeronde gevecht hervatten. Maar in ware superhelden-traditie zien ze in dat dit niet langer gepast is, na het zojuist gezamenlijk doorstane avontuur. Al-Adil en de Black Knight keren ieder naar hun eigen troepen terug. 

Wie weet duikt de Black Knight straks nog ergens op in de achtergrond van een grote veldslag voor de poorten van Damiate..


(Al-Adil en de 'Black Knight' in gevecht met Moloch.)

zaterdag 28 juni 2014

De vloot in cijfers


Over de koggen waarmee de pelgrims op reis gaan is vrij veel bekend. In getallen ziet het plaatje er als volgt uit:

Het aantal Friese koggen dat naar Egypte vertrekt, ligt rond de vijftig. Naast de kapitein is een bemanning van twaalf man nodig om het schip dag en nacht te laten varen. Tijdens de lange reis treedt slijtage op en gaan dingen kapot. Daarom worden drie extra roeren, twee reserve zeilen, een extra tuig en dertien ankers meegenomen. Gerekend naar het laadvermogen van een kogge van twintig meter lang en acht meter breed (op de waterlijn) met een laadvermogen van twintig ton, is aan boord naast de bemanning nog ruimte voor dertig pelgrims, hun voedsel en hun bagage. Op het dek zijn tenten neergezet, zodat het ruim zo veel mogelijk kan worden volgestouwd. De uitrusting per persoon weegt zo’n vijftig kilo en daarnaast wordt droog voedsel voor een jaar meegebracht. Tenslotte moet steeds voldoende water aan boord zijn voor enkele dagen: twee liter per persoon per dag.

En de kunst is nu, om al deze feiten als een soort bouwpakket samen te voegen tot een vloot die aan je geestesoog voorbij trekt, op weg naar de geschiedenis.

(Stukje bij stukje plak ik de geschiedenis in elkaar.)

vrijdag 20 juni 2014

De Kruisboog

Jan van Joinville schrijft over een bepaald moment in de slag bij Mansurah in 1250: 'En weet dat het een prachtig treffen van wapens was, omdat niemand een boog of kruisboog afschoot. In plaats daarvan sloegen zowel de Turken (sic) als onze mannen met knotsen en zwaarden en iedereen liep door elkaar.'

Het gebruik van (met name kruis-)bogen zien Jan en zijn tijdgenoten bepaald niet als iets eervols. De van oorsprong 5e eeuwse Chinese uitvinding, vindt aan het einde van de 11e eeuw zijn weg naar het Europese slagveld en zorgt daar voor een grote verandering. In vergelijking tot zwaarden, bogen en speren, kost het gebruik van een kruisboog weinig kracht en training. Hierdoor is het mobiliseren van een groep kruisboogschutters relatief gemakkelijk en goedkoop. Tegelijk is dit wapen qua vuurkracht en precisie op dat moment ongeëvenaard. Kruisboog-pijlen hebben een enorm bereik en dringen door pantsers en helmen. Archeologen hebben op Gotland schedels gevonden die doorboord zijn met deze ijzeren projectielen. De Franse Lodewijk VI raakt gewond door een kruisboogschot en Richard Leeuwenhart wordt er door  gedood. Voor het eerst, met de komst van de kruisboog geven niet langer kracht en moed de doorslag op het slagveld, maar wordt techniek een bepalende factor.

Zoals wel vaker het geval is bij uitvindingen van grote strategische waarde, is de reactie dubbelhartig: enerzijds worden kruisboogschutters met minachting bejegend. Amnesty-regelingen voor een heel leger gelden niet voor hen en de Paus verbiedt het gebruik van kruisbogen tegen christenen. Anderzijds worden kruisboogschutters goed betaald en heeft iedere zichzelf respecterende vorst binnen de kortste keren een paar honderd van deze kerels onder de wapenen. 

(De kruisboog als handwapen is een Chinese uitvinding)

zondag 15 juni 2014

Op weg naar het avontuur

Hendrik schrijft op bijna lyrische wijze hoe de vloot in 1217 uit vaart: '..op de laatste dag van de maand mei verlieten wij de geliefde velden van ons geboorteland..' 

Wie niet beter wist, zou haast denken dat het hier om een vakantiereis gaat. De pelgrims worden uitgeleide gedaan door familie, dorpsgenoten en vrienden. Sommigen van hen vergezellen de vloot misschien zelfs een eindje in kleinere bootjes het Wad op. Hendrik schrijft dat de wind gunstig is en ik stel me voor dat het de volgende dagen stralend juni-weer is. Spoedig vindt het leven aan boord van de kogges zijn routine. De kapiteins en hun bemanning varen door voor hen bekende wateren en de pelgrims zijn vol goede moed. Op de ochtend van de derde dag komt Engeland in zicht en later die dag passeert men het eiland Wight. Hendrik weet hierover als een volleerd gids te vertellen dat het eiland bij hoge zee weliswaar van Engeland gescheiden is, maar dat het toch gehoorzaamheid verschuldigd is aan Engeland. De volgende dag, op 3 juni komen de Friezen in Dartmouth aan, waar de Hollandse en Rijnlandse vloot zich al verzameld hebben. Nog weer een dag later vaart de voorhoede van de inmiddels omvangrijk geworden Kruisvaardersvloot weer uit.

En dan gebeurt het: De pelgrims krijgen tegenwind. De schepen worden door mist en regen uiteengeslagen en één schip loopt op de klippen van Bretagne. Alle opvarenden kunnen gelukkig worden gered, maar de lading gaat in zijn geheel verloren. Het avontuur is begonnen.

(Feestelijke re-enactment aan boord van de -15e eeuwse- Kamper Kogge)

woensdag 4 juni 2014

754, Bonifatius bij Dokkum vermoord


Olivier van Keulen is op 5 juni 1214 in dokkum; de 460e sterfdag van Bonifatius. Wanneer je het verslag van Bonifatius’ dood leest, is het moeilijk voor te stellen hoe Olivier deze gebeurtenis heeft kunnen aangrijpen voor de ontketening van een 'heilige oorlog':

Toen de ochtend aanbrak, verschenen vijanden in plaats van vrienden; beulen in de plaats van nieuwe gelovigen. Een groot aantal vijanden, gewapend met speren en schilden stortte zich op het kamp, zwaaiend met hun wapens. De beschermers van het kamp grepen naar hun wapens om de aanstaande martelaren te verdedigen tegen de redeloze woede van de horde. Maar de man Gods (Bonifatius) riep de andere geestelijken bij zich en met de relieken van de heiligen -die hij altijd bij zich had- kwam hij uit zijn tent. Onmiddellijk riept hij de verdedigers op om het gevecht te staken, zeggende: ‘Zonen, leg je wapens neer! Wij worden door de Schrift opgeroepen om kwaad niet met kwaad te vergelden, maar om het kwade te overwinnen door het goede. Het uur waarop wij zolang gewacht hebben is nabij.  De dag van onze bevrijding is gekomen. Vind troost bij de Heer en verdraag met blijdschap het lijden dat Hij u genadig toebedeelt. Vertrouw op Hem en Hij zal uw ziel redden.’ En als een liefdevolle vader gaf hij de geestelijken om hem heen moed, zeggende: ‘Broeders, wees vol goede moed. Vreest hen niet, die wel het lichaam doden, maar niet de ziel die voor eeuwig leeft. Verblijdt u in de Here; vestig uw hoop op God, want Hij zal u zonder talmen uw beloning van eeuwige gelukzaligheid schenken en u een woning bij de engelen in de hemel geven. Wees geen slaven van de voorbijgaande genoegens van deze wereld. Laat u niet verleiden door de ijdele vleierij van de heidenen, maar verdraag met standvastig gemoed de plotselinge aanval van de dood. Want dan zult u met Christus heersen tot in eeuwigheid!’
Met deze woorden wist hij zijn leerlingen aan te moedigen om de kroon van het martelaarschap te aanvaarden. De uitzinnige menigte van heidenen stormde plotseling op hen toe met zwaarden en allerlei oorlogszuchtige wapens. Hun lichamen werden gekleurd door hun kostbare bloed..

(Het boek waarmee Bonifatius zich zou hebben beschermd tegen de zwaardslagen van zijn belagers.)